is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoekingen over tinamalgamen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

potentiaalverschillen Hg — normaal HC1 en tinamalgaam normaal HC1 (dat met zooveel SnCl, was voorzien, dat het HC1 met betrekking tot dit zout 0.01 normaal was) berekent 0.560 — 0.080 = 0.480 Volt. Ook bij de eerste bepaling zal de waarde der E.K. door 't aanwezige zoutzuur onzeker zijn. Toch kunnen we hieruit ons een idee vormen over de grootte van 't potentiaal verschil: Hg — verzadigd amalgaam. Uit de graphische teekening lezen we af dat 't potentiaal verschil: verzadigd amalgaam — 0.15 at. %> 22.5 millivolt;) bedraagt. Hierbij gevoegd 534 millivolt voor "t potentiaal verschil: 0.15 at. % amalgaam — Hg, geeft dus 556,5 millivolt voor 't potentiaal verschil: Hg — verzadigd amalgaam. De lijn voor 25° van fig. 8 zou dus eerst bij ongeveer 5G0 millivolt de as bereiken. Voor 50^ is dit niet aan te geven.

De metingen der E.K. bij 25° en 50° kunnen ten slotte gebruikt worden om eenige cijfers uit te rekenen voor de amalgamatie warmte van het tin. Hiervoor moeten we de formule van Von Helmholtz gebruiken, die eene betrekking geeft tusschen de electrische energie (E), de chemische (Ec) en de temperatuurscoëfficient van een omkeerbaar element. Zij luidt:

E = ^ + T dE:

n s dl

waarin E en E(. de bovengenoemde beteekenis hebben, T de

!) j)it geldt voor 25', terwijl do meting van Rothmtod waarschijnlijk bij kamertemperatuur gedaan is, daar eene temperatuuropgave geheel ontbreekt. Dit temperatuursverschil zal evenwel bjj (leze benaderende berekening geen invloed hebben.