is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoekingen over tinamalgamen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roeren met de glazen staaf langzamerhand moeilijker en moeilijker werd en ten slotte geheel onmogelijk was.

De tweede lijn b geeft de temperaturen aan volgens de stijgende methode gevonden. Hiervoor werd de binnenhuis met het amalgaam uit 't koelvat genomen en in een standaardklem in de lucht vastgezet. Ook deze lijn vertoont twee richtingsveranderingen, de eerste bij — 38°,6, de tweede bij — 37°,3, welk punt dus hooger ligt, dan 't boven bepaalde van — 37°,7. Bij alle overige bepalingen werd ook telkens deze stijgende methode nog toegepast, maar naarmate het amalgaam geconcentreerder werd, kwamen de punten steeds minder scherp te voorschijn, terwijl zij dalend steeds zeer goed optraden. Een enkele maal kon ik zelfs eene kleine onderkoeling constateeren, die hoogstens 0°,5 bedroeg. Steeds werden 2 bepalingen gedaan. Aldus heb ik het stolpunt bepaald van amalgamen respectievelijk bevattende 0,05 — 0,1 — 0,2 en 0,3 at. °/„ tin. Vervolgens ging ik over tot het onderzoek van 0,5 at. % tin, maar vond hierbij tot groote verwondering eene zelfde temperatuur voor het eerste punt, waarbij de thermometer stil stond als bij het amalgaam met 0,3 at. °/0. Eene bepaling van 0,4 at. °/o gaf eveneens deze zelfde temperatuur ninl. ongeveer — 34°,4, zoodat er hier blijkbaar eene horizontale lijn optreedt, die zooals uit de bespreking blijken zal, wijst op een omslag in de vaste phase. Punten, die op bet vervolg der smeltlijn gelegen konden zijn, heb ik niet kunnen vinden, hoevele pogingen hiertoe ook werden aangewend.

't Was dus aangewezen nu ook amalgamen bij deze lage temperatuur te onderzoeken, die hoogere concentratie aan tin hadden. Het resultaat is in tabel 11 neergelegd.