is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de betrekking van het bekken der anthropoiden tot dat van den mensch

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit te maken waar hij begon en waar het Sacrum eindigde; bij lagere apen maakte de aanwezigheid van een ware staart zijn beteekenis als meetwaardig voorwerp in het verband van deze beschouwingen minder gewichtig. Zonder bijzondere vermelding heb ik dan ook als meetpunt in het algemeen aangenomen het einde van het Sacrum of wat ik althans daarvoor beschouwde, de zoo variabele afmeting van den Coccyx aldus buiten rekening latende.

Os Hei.

De aan de voorzijde het meest in het oog springende kenmerken zijn: de sterk zijwaartsche plaatsing, de groote lengteatmeting, de in verhouding mindere breedte (mensch, breedte 98, hoogte 115; gorilla 172, 220; orang oetan 117, 184; chimpanzee 118, 210; gibbon 83, 186. Zie verder de maten 9, 10, 13, 14, 15, 23), de grootte van de rechte afmeting van den bekkeningang, de geringe holte van de Fossa iliaca interna, de kleine breedte van de Crista ilei; de bijna geheel afwezigheid van de Spina ant. inf. De sterk zij-