is toegevoegd aan uw favorieten.

Evenwichten in het stelsel barnsteenzuurnitril-zilvernitraat-water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F. HET EVENWICHT Hx + Ntr. + L (+ D) (QUADRUPELLIJN zv).

Met dezelfde massa werd nu, op de bekende wijze, de lijn zv verder doorloopen; telkens werden i of 2 druppels water toegevoegd en de temperaturen waargenomen waarbij naast de naalden het nitril ontstond. De gevonden cijfers zijn hieronder vereenigd.

Samenstelling: 6,95 gr. Ntr.+ 2,18 gr. AgNOs (23,9 % AgNOs),

Ntr. ontstaat bij 15,4° (2?)

1 druppel water bijgevoegd, » » » 14,05

nog i > » » s> » » 13,6

» 2 druppels » » » » » 9,6 i

> v

>2 » » » » » » 9,5 k

» 2 » » » » » » 8,2

We zien dus dat eerst, na toevoeging van water, het nitril telkens bij lager temperaturen ontstaat, tot 9,6° toe. Toen nu weer 2 druppels water waren toegevoegd ontstond het nitril opnieuw bij dezelfde temperatuur.

Hieruit blijkt dat bij deze temperatuur het overgangspunt v, waar de phasen Ht + Hx + Ntr. + L (+ D) in evenwicht zijn, is gelegen. Bij beide waarnemingen lag het complex (fig. 23) in den driehoek HjHxfl. Vóórdat het Ntr. ontstond waren Hj en Hx aanwezig, had dus de vloeistof bij afkoeling een gedeelte der quadrupellijn iv doorloopen en was, toen het Ntr. ontstond, in v aangekomen.

Om de samenstelling der vloeistof in v te bepalen werd nu een nieuw complex afgewogen van de samenstelling + 78,6 °/o Ntr., 19,2 % AgNOs, 2,2 °/0 HjO. Bij het koelen ontstonden eerst de naalden, toen, terwijl Ntr. uitkristalliseerde, werd de massa geheel vast, terwijl de temperatuur op 9,55° staan bleef.

Het nitril werd nu door verwarmen weer opgelost en de vloei-