is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoekingen over het stelsel over chloorzuur en water

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen water had aangetrokken, daar, indien dit het geval was, de uitvloeitijd bij de 2e proef wat anders zou uitvallen.

Bij de mengsels met meer dan 50 molecuulprocenten water was dit laatste niet het geval.

De analyse dezer mengsels verrichtte ik met het resteerende deel van het mengsel, waarvan de voor de bepaling gebruikte vloeistof genomen was. Dit geschiedde voor de mengsels, die met water nog een aanmerkelijke warmteontwikkeling gaven, door 1 a 2 G. in een gewogen droge 100 c.c. kolf met ingeslepen stop te wegen, voorzichtig, zooals te voren al beschreven werd, te verdunnen en gewogen gedeelten te titreeren. Van de meer verdunde mengsels woog ik een kleine hoeveelheid in een weegglaasje met water af en titreerde ze in haar geheel.

Bij de mengsels, die tijdens de vulling een niet te verwaarloozen hoeveelheid water aantrokken, moest de analyse na elke proef met de gebruikte vloeistof zelve worden uitgevoerd.

Daartoe was de eene helft van den viscosimeter bij a rechthoekig omgebogen. Dit uiteinde werd gestoken in een doorboord caoutchouc stopje, dat op een gewogen kolf was geplaatst, en vervolgens werd ongeveer 1 G. vloeistof in deze kolf overgeblazen, welke vloeistof verder weer op de reeds besproken wijze werd geanalyseerd.

Zooals wel van zelf spreekt, werd elke analyse weer twee malen herhaald.

Laat ik nu nog eenige bijzonderheden over de eigenlijke metingen mededeelen.

Om te beginnen moest natuurlijk de bruikbaarheid van den viscosimeter worden vastgesteld. Dit deed ik door er de viscositeit van water van 20" ten opzichte van die van water van o° als eenheid mee te bepalen. Ik vond hiervoor 0.5616, terwijl in de tabellen van Landolt en Börnstein 0.562 is opgegeven, dus een volkomen overeenstemming.