is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoekingen over de glandula pinealis toonden EHLERS en C.ATTIE nogmaals het foutieve zijner uiteenzettingen aan.

Daarop volgde zeer spoedig Rabe RüCKHARD s eerste publicatie, waarin hij aanvankelijk slechts (met KOGANEI tezamen) de onderzoekingen van CaTTIE bevestigde. Bovendien was het hem gegeven de fout te ontdekken, die de anatomen meer dan een eeuw lang van elkaar hadden over genomen. Immers men had steeds groote moeite gehad, strevende naar het inzicht in de overeenkomst van de hersenen der lagere vertebraten met die der zoogdieren, in de voor-hersenen der visschen een basale laag en een pallium te onderscheiden.

Wel had reeds STIEDA de mediane spleet tusschen de lobi anteriores, welker wanden hij met ventrikel ependym bekleed vond, als ventriculus communis beschouwd, maar de dorsale afgrenzing dezer ventrikel was toch ook hem ontgaan.

Ook hij, evenals vele zijner voorgangers, meende in de lobi alleen het homologon der geheele voor-hersenen te mogen zien.

Daar anderen zulk een samensmelting van pallium en corpus striatum niet aannemen wilden, meenden zij (CUVIER,

Weber, Valenciennes, Weber, Kuhl, Cöttsciie, Hollard,

TREVIRANUS aanvankelijk, en FENNER) in het het dak der middenhersenen, dat makroskopisch ongetwijfeld meer op de menschelijke hemispheren gelijkt, het homologon dier hemispheren te moeten zien, terwijl FRITSCH trachte beide opvattingen te combineeren. Dat dit invloed had op hun interpraetatie der achter het tectum opticum gelegen deelen, spreekt vanzelf.

Terwijl reeds Arsaky, tledemann, serres, desmouuns, MaGENDIE, johannes MüLLER, e. a. de lobi optici als corpora bigemina anteriora beschouwen, moest de school van Cl'\IER de valvula cerebelli ervoor aanzien, de tori longitudinales als fornix interpreteerend.

De ontdekking nu, dat die ventriculus communis van STIEDA

wel degelijk een dorsaal dak heeft, dat er wel degelijk een