is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der commissura anterior hun oorsprong hebben, (fig. 10).

Tezamen met deze vezelen, die zijn omvang vergroot hebben trekt hij nu verder caudaalwaarts (fig. n) en eindigt ongekruist, na ventrale ombuiging in de lobi inferiores, direct onder en even voor den nucleus rotundus thalami, die ik bij de tusschen-hersenen zal bespreken.

Deze bundel, die dus de lobi olfactorii en het gebied waar de andere mediale reukstralingen eindigen (epistriatum) verbindt met de lobi inferiores, is meermalen beschreven, en men kan gerust zeggen, dat EdinGER te voorzichtig is, wanneer hij zegt »Es ist »wahrscheinlich« dasz bei den Fischen Fasern aus (dem Olfactoriusschenkel ?) der Commissura anterior rückwarts in den Hypothalamus ziehen«. Men kan ze als zeker bestaand beschouwen, zooals hij ze trouwens zelf bij zijne onderzoekingen, met Hamilton te zamen, gevonden heeft, en deze bundel, althans de mediaal van de mediale reukstraling liggende, teekent in de voor-hersenen van Cyprinus carpio (tract. ad lobi inf.), al geeft hij het verder verloop ervan niet aan. Dat hij deze bundel reeds in 1887 had gezien, blijkt bovendien uit zijn werk van dien tijd, waarin hij zelfs vermeldt, dat bij Corvina het eenigste merghoudende bundeltje der Comm. ant. naar de tusschen-hersenen trekt, wat overeenkomt met mijn aangifte dat dit de meest merghoudende vezelen der mediale reukstraling, dus ook der commissura anterior zijn, welker overige vezelen bijna geen merg hebben.

Twee jaar vóór hem echter was deze bundel reeds door BELLONClvoor Anguilla beschreven als een »bel fascio di fibre midollate, che in parte si decussano nella regione della commissura anteriore,« welke bundel hij zag eindigen in den nucleus rotundus. VAN GEHUCHTEN vermeldt hem niet, zijne aangiften trouwens over de olfactorische \ ezelen der I eleostiers bepalen zich tot de periphere deelen daarvan. Daarentegen spreekt OsBORN wel van een tractus, die hij waarnam in de commissura ant. en die naar »het olfactorische gebied« gaat, komende uit de pedunculi cerebri, en waarmee alleen