is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de boven beschreven, tractus, die ik tractus olfacto-lobaris Diedialis zou willen noemen, kan bedoeld zijn.

Bij C. L. Herrick vind ik een dergelijke verbinding niet vermeld, wel spreekt Maller van een verbinding (echter ongekruist) tusschen area olfactoria en 't gebied achter den nucl. rotundus, welke beschrijving echter niet geheel overeenkomt met 't verloop van den tract. olfact.-lobaris medialis. catois vermeldt, dat in het achterste gedeelte der comm. ant. zich bevinden »des terminaisons (?) variqueuses et anastomosées de fibres, dont les neurones d'origine siègent dans le thalamencephale*. Iets schijnt hij er dus ook wel van gezien te hebben.

Terwijl ik dus hiermee het meest mediale gedeelte der mediale olfact. vezelen besproken heb en daarbij wat ver afgedwaald ben, moet ik thans tot die reukstraling terugkeeren om het eindpunt op te sporen der overige vezelen ervan, die zich achter de cominissura anterior verliezen, nadat de meeste het voorste gedeelte hiervan door hunne kruising hebben gevormd, zooals reeds door Fritsch was opgemerkt en later door alle auteurs is bevestigd. Bij Gadus kan ik Catois' aangifte als zouden ze bij hun verder verloop den tract. strio-thalamicus (z. ben.) van buiten omgeven, slechts tegenspreken: ze gaan er gedeeltelijk dwars doorheen, gedeeltelijk blijven ze er mediaal van.

Het gebied, waarheen zich deze mediale reukvezelen, die caudo-dorso-lateraal eindigen, begeven, wordt sinds EDINGER epistriatum genoemd, hetzelfde gebied waaruit ook de vezelen komen die gekruist den tractus olfacto-lobaris medialis versterken.

Zoo zijn dus twee belangrijke onderdeelen der lobi anteriores, de area olfactoria posterior en het epistriatum, eindcentra van reukstralingen, de laatste bovendien beginpunt eencr caudale verbinding. Een niet minder belangrijk gedeelte der lobi echter wordt gevormd door het vóór dit epistriatum liggend striatum, die massa, welke direct op de ventrale wand der lobi liggend een sterke dorsale verhooging daarop