is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormt, en zoo te zeggen de cel-massa is, waartegenaan latero-ventraal de area olfact. posterior ligt, met zijn achterwaartsche voortzetting en latero-caudo-dorsaal het epistriatum. Uit deze verhouding der verschillende onderdeelen blijkt reeds, dat de striata zelve grootendeels van boven vrij zijn en de hoogste top der lobi anteriores vormen. De naam epistriatum voor dat gedeelte, waarin de mediale reukstralingen eindigen, moet dan ook niet in dien zin worden opgevat, alsof dat gebied boven op het striatum lag, doch slechts zoo, dat het er tegenaan ligt.

Uit het striatum nu ontstaat de belangrijkste voorhersenbundel der Teleostiers, de tractus basahs ook wel tra tus strio-thalamicus of pedunculus ccrebri genoemd, (fig. 7, 8, 9, 10 en 11).

De oorsprong van dezen grooten bundel strekt zich zoo ver uit als het striatum zelf, d. w. z. men vindt zijn begin, resp. einde reeds daar, waar de olfact. vezelen nog niet in het cerebrum zijn getreden (fig. 7)> 'n dat stuk der lobi, wat dorsaal (zie boven) over de tracti olfactorii promineert. Het vormt daar het eenigste bestanddeel ervan.

Behalve nu door de juist genoemde gebieden, die zich meer aan de buiten en achterkant van het striatum aanleggen, wordt het mediaal door een breede laag (area parolfactoria), schijnbaar geen gangliencellen bevattend weefsel begrensd, waar door heen de mediale reukstralingen hun loop nemen. Zoo blijft het striatum zelf duidelijk kenbaar, zoowel door zijn rijkdom aan gangliencellen, als door de groote vezelmassa s die dorsaal, voor en achter zich er uit verzamelen, resp. erin eindigen en nu medio-basi-caudaal zich vereenigend, zich ongekruist in de laterale tusschenhersenwand achterwaarts begeven, 0111 in 't gebied direct onder den nucleus rotundus, in de lobi inferiores eindigen. Welke groote uitbreiding het striatum en de in hem ontspringende bundels hebben op de plaats van hun grootsten omvang, toonen fig. 8 en 9, waarin men tevens den grens tusschen zijn gebied en dat der area parolfact. en de area olfact. post., ook aan den