is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer bij de Selachiers kunnen mededeelen, na er hier nog op gewezen te hebben, dat het zeker met het oog op de verschillende genese van hypophyse en saccus vasculosus een interessant feit is, dat zoowel deze zenuwbanen, als dat cilienepitheel zich tot den saccus beperken.

Tot de derde groep van banen, die het kerngebied direct onder en voor den ventriculus opticus verbinden met de lobi

inferiores behooren 3 systemen.

a. Een groep van veel merghoudende, doch weinig compacte vezelen, (fig. 42 en 43), die ik als tractus thalamolobaris reeds heb vermeld, (ook door CatoIS beschreven) verbindt den n .. leus thalami anterior met het midden-gedeelte der lobi anteriores. Deze baan loopt onder de commissura posterior door en begeeft zich dan, een eindweegs den iasciculus retroflexus begeleidend, mediaal van den tractus stnothalamicus (fig. 44) naar beneden, buigt dan ongekruist lateraal in de lobi, eindigend boven den ventriculus.

b. De tweede verbinding van dezen aard ontstaat in den nucleus corticalis en nucleuspraerotundus (fig. 44) (waartusschen de eindlissen der commissura transversa loopen), en loopt op dezelfde wijze, doch meer in één verticaal vlak, dan de vorige baan, naar beneden, gaat eveneens mediaal van den tractus strio-thalamicus naar het midden gedeelte der lobi inferiores en eindigt daar, waar de tractus olfacto-lobaris med.ta.lis ook eindigt (fig. 45). Tractus mesencephalo-lobaris anterior.

c. De derde verbinding der lobi met de boven hun gelegen gebieden bestaat uit een reeks merghoudende vezelen, die het achterste gedeelte der lobi, langs den buitenkant van het cerebrum heen, verbinden met het gebied van den nu leus

lateralis tnesencephali.

De sterke ontwikkeling der laatste verbinding is in overeenstemming met de belangrijke eindgebieden, waarmee zij in verband staat, (fig. 47- 4»)- Tractus niesen ephalo-lobaris posterior.

De vierde groep van vezelen zijn zeer korte, maar veel merghoudende, compacte, sterke bundels, die caudaalwaarts gedeeltelijk overgaan in den juist beschreven tractus mesen-