is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar die auteurs, die dat met de daarvoor geschikte Golgimethode hebben onderzocht, in casu speciaal HüUSER, en zal terstond overgaan tot de beschrijving van de diepe inerglaag.

Gelijk bij de Teleostiers bestaat ook hier een latnina commissumlis tecti, als platte, maar zeer breede dorsale commissuur der beide tectum helften (in tig. 53 goed zichtbaar). De voorste vezelen van dit commissuraal systeem vormen een deel der commissura postcrior (fig. 55), waarvan echter verreweg het grootste gedeelte uit vezelen bestaat die zich verliezen in de cellagen direct onder den ventriculus opticus gelegen, (lig. 56). Deze vezelen sluiten echter zoo nauw aan de voorste tectospinale vezelen aan, dat het hier nauwelijks mogelijk is ze daarvan af te grenzen, indien men ze niet van de commissuur zelf of aan nauwkeurig vervolgt.

Daarachter wordt hun aantal minder, de hier nog aanwezige vezelen ervan nemen een meer direct caudaalwaartsche loop om kort vóór den oorsprong van den fasciculus long. dorsalis zich in fijnere bundeltjes te splitsen en daar blijkbaar te eindigen, zoodat ik, evenmin als bij de Teleostiers kan aannemen, dat hare vezelen in den fasciculus longitudinalis posterior zouden overgaan. Wel beginnen de fasciculus longitudinalis dorsalis vezelen in dezelfde celgroep in welker voorste gedeelte de commissuur vezelen eindigen, zoodat een indirecte verbinding dezer beide systemen meer dan waarschijnlijk is.

De fasciculus longitudinalis dorsalis ontstaat met dikke kruisende vezelen, die in de nabijheid van den oculomotoriuskern zeer in aantal toenemen. Onder den ventrikelwand trekt hij vervolgens achterwaarts in de oblongata.

Of er een fasciculus longitudinalis lateralis bij de Selachiers bestaat, heb ik noch bij Galeus, noch bij Angelus Squatina met zekerheid kunnen erueeren, daar de hoeveelheid der thalamo- en tecto-spinale vezelen zoo overweldigend is, dat daartusschenuit geen aparte bundel is te identificeeren met genoemden fascikel.

Wel komt bij Galeus een uiterst geringe verhooging van