is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelen te zamen, zooals fig. 107 toont. Hieraan zou menden naam commissura infivia mogen geven, al kan ik met carmijn en WEIGERT er ook geen commissuur vezelen in waarnemen en bovendien de verbinding der acustische deelen eerder begint dan die van het communis gebied.

De nucleus Rolandi, die met de omgevende sensibele massa bij Lophius zulk een aanzienlijke aanzwelling daar ter plaatse vormt, alhoewel niet in die mate bij Gadus ontwikkeld, is toch ook bij dien visch nog grooter van omvang dan bij de Selachiers, waar ze in de massa- van het merg ingebed ligt, gelijk dit ook bij de Reptilien het geval is.

Betreffende den mikroscopischen bouw moet ik hier herhalen, wat reeds bij de tusschenhersenen is opgemerkt, dat n.1. de sterke ontwikkeling der longitudinale banen het tnikroskopische beeld der oblongata zoo gecompliceerd doet schijnen, dat een nauwkeurig vervolgen van iederen tractus op zichzelf een zeer moeilijk en in veel gevallen onmogelijk te volvoeren taak is, wanneer men niet van de embryologie gebruik maakt, of, wat beter is, van het experiment, zoowel volgens GUDDEN's als volgens MARCHl's en NlSSl/s methode, wat dan ook door EDINGER ten opzichte der zenuwwortels reeds met succes is toegepast.

Indien ik bij de bespreking van den mikroskopischen bouw der oblongata dezelfde orde volg als bij de Teleostiers gebruikt werd, moet ik ten opzichte van den fascictilus longitudinalis latcralis reeds terstond zeer beperkt in mijne mededeelingen blijven.

Reeds bij de middenhersenen heb ik opgemerkt, dat het frontale eindpunt dezer baan, dat bij Gadus en Lophius zoo sterk ontwikkeld is, voor de Selachiers in twijfel getrokken, toch m.i. ook bij deze visschen, hoewel in veel geringeren omvang aanwezig is ; (fig. 59, 60), doch ook daar heb ik reeds medegedeeld, dat de weinige vezelen, die zich hieruit caudaalwaarts begeven, met niet de minste zekerheid na hunne intreding tusschen de lemniscus-vezelen zijn te ver-