is toegevoegd aan uw favorieten.

De banen en centra in de hersenen der Teleostiërs en Selachiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebied van den trigeminus beginnend en in het octavus gebied zijn grootste ontwikkeling, zoowel ventro-lateraal, als ventro-mediaan vertoonend, is echter bij Galeus canis, veel meer diffuus verspreid en slechts in 't gebied van den trigeminus (fig. 10;) tot een meer compacte schaalvormig zich beiderzijds van de raphe leggende massa gedifferencieerd, in het octavus gebied daarentegen is geen plaatselijke concentratie ervan herkenbaar.

Ook verder achterwaarts strekken de vezelen zich uit en verminderen slechts langzamerhand, meer vezelen afgevend aan den, in het geheele vagus-gebied zoo sterk ontwikkelden, ventraal naast de raphe liggenden nucleus parascptalis, (fig. 106 en 107).

Daarna trekt het grootste gedeelte der bundels, vermoedelijk (naar analogie met de Teleostiers) meer thalamische dan tectale elementen bevattend, achterwaarts in het ruggemerg, waar ze een laterale en ventro-laterale plaats innemen.

Vooral het spinale gedeelte van het geheele complex schijnt deze bundelgroep bij de Selachiers zooveel grooter te maken, daar er ongetwijfeld veel korte associatie banen in het laterale gebied bij liggen.

Het behoeft bijne geen bijzondere vermelding, dat van een vervolgen van een aparten bundel in den kern van den abducens geen sprake kan zijn.

Van den fasciculus longitudinalis posterior of dorsalis kon ik, tegen mijn verwachting ook hier de verschillende componenten terugvinden.

Wat de eerste groep van vezelen aangaat, die zich na 't ontstaan van dezen bundel in de middenhersenen er aan toevoegt, de gekruiste motorische zenuwwortels, daaromtrent bestaat bij de verschillende onderzoekers op dit gebied geen twijfel.

Het intreden van motorische vezelen in den fascikel is bij de Selachiers dan ook even duidelijk te constateeren als bij andere dieren. In fig. 101 is het voor den motorischen trigeminus, in fig. 103 voor den motorischen facialis weergegeven.