is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis van den duur der vochtverversching in de voorste oogkamer bij het konijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meende, dat de lymphe op een bepaalde plaats van de voorvlakte der iris werd afgescheiden, terwijl hij het loodrecht blijven van de streep, bij anderen stand van den kop van het dier, toeschreef aan een compensatoire rolbeweging van het oog.

Deze meening kan zeker de juiste niet zijn, daar de compensatoire rolbeweging niet in alle mogelijke standen van den kop een volkomene zijn kan.

Ulrich spreekt ]) van een zinkenden druppel fluoresceine, terwijl leber zegt'-): „Dieser Uebertritt erfolgt aber einfach auf dem VVege der DifFusion aus den Gefassen der Iris". Hoe dit ook zij, of de fluoresceine met den vochtstroom, of slechts door diffusie in 't kamervocht verschijnt, met deze methode kan men op zeer schoone wijze (en dan spreek ik uit eigen ondervinding) demonstreeren, dat na punctie althans, het nieuwe vocht afkomstig is uit de achterste oogkamer, want men ziet dan aan alle zijden groene vochtwolken van achter de iris te voorschijn komen. In korten tijd is de voorste oogkamer gevuld met een ondoorschijnende geelgroene vochtmassa, die in den aanvang als een geelgroen hypopyon daarin ligt.

Na EHRLICH is deze fluoresceine methode door vele andere onderzoekers gebruikt, ook om den invloed van de zenuwen na te gaan op den lymphstroom, o. a. door SciIöLER en Uhthoff. s)

Behalve met ferrocyaankalium en met fluoresceine is er nog geëxperimenteerd met joodkalium, dat door zijn uiterst gevoelige reacties ook nog in zeer geringe concentraties herkenbaar is. Leplat spoot subcutaan JK. in en ging na, waar hij in 't kamervocht en in 't glasvocht het JK. terugvond. 4)

1) Ulrich : Untersuchungen über den Fliissigkeitswechsel im Auge. Arehiv für Augenheilkunde XII, 1882, blz. 160.

2) leber : Ueber die Erniihrungsverhaltnisse des Auges. IXe Congres périodique international d'ophth. Utrecht 1899, blz. 23.

3) SchöLER und Uhthoke : Uber den Einfluss der Nerven auf die Absonderung des Kammerwassers. Jahresber. über die Wirksamkeit d. Augenklinik für 1881, blz. 80 (geciteerd uit v. Graefe-Saemisch II2 1903).

4) Leplat: Études sur la nutrition du corps vitré. Ann. d'Ocul. XCVIII, 1887, blz. 89.