is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis van den duur der vochtverversching in de voorste oogkamer bij het konijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jeugdige dieren de vochtstroom levendiger is dan bij oude, schijnt mij alleszins gewettigd. De groote verschillen thans door mij gevonden, zouden dan bij een zeer groot aantal waarnemingen verdwijnen, want, al blijven de uitersten bestaan, hoogstwaarschijnlijk zou een geleidelijke opklimming tusschen den minimalen en maximalen tijd gevonden worden.

2°. Verder is het mogelijk en zooals ook uit de beschouwing der grafische voorstelling zal blijken, zelfs waarschijnlijk, dat ook het gehalte aan chloorlithium van den humor aqueus van invloed is op den duur der vochtverversching. Pag. 21 wees ik er reeds op dat verontreiniging van het voorste oogkamervocht van invloed zou zijn op de snelheid van den vochtstroom.

De verontreiniging met chloorlithium is nu wel zeer gering, maar bestaat toch, en het is voldoende bekend, welke uiterst geringe hoeveelheden van een chemisch agens noodig zijn om die reactie van levend protoplasma, welke men chemotaxis noemt, op te wekken. Het zou dus niet te verwonderen zijn, dat de geringe hoeveelheden chloorlithium een, laten wij het noemen „chemotactischen" invloed uitoefenden op de wijdte der bloedvaten der processus ciliares en op de werkzaamheid van het epitheel daarvan, waardoor de vochtstroom versneld werd.

Is deze veronderstelling gewettigd, zoo moet in de gevonden tijden een aanduiding van dezen invloed zijn te vinden. Bij hoog begingehalte aan CILi in de voorste oogkamer, moet de vochtstroom sneller zijn dan bij laag begingehalte. Nu blijkt uit mijn proefnemingen, dat voor de sterke beginconcentratiën deze verhouding, tusschen den duur van de verversching en de beginconcentratie, bestaat.

Beginconcentratie : Ververschingstijd :

I : 3.000 26 minuten.

I : 8.800 35

1 : 13-000 41 „

1 : 14 000 34 „

1 : H-500 56

1 : 21.000 78 „

Ook uit de beschouwing der grafische voorstelling plaat III blijkt