is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In tegenstelling van de typische Ceratium longipes heeft deze soort in ons gebied haar woonplaats in de zuidwestelijke Noord¬

zee; ook in het Engelsche kustgebied, noordelijk van H 8, komt zij voor. Het is dus een echte kustvorm, terwijl Ceratium longipes typ. alleen in de open zee optreedt. Ook bij Helder en in de Waddenzee, maar niet in de Zuiderzee.

Ik vond ze het talrijkst in den nazomer (Aug.—Nov.); in den winter en het voorjaar tot in Juli is zij zeldzaam. De opgaven van Cleve voor C. longipes in het plankton van Helder hebben op deze soort betrekking. Daarnaar trad zij in drie achtereenvolgende jarea hoofdzakelijk in de tweede helft van het jaar (Aug.—Jan.) op met een maximum van Sept. —Nov. Dit stemt met mijne waarnemingen volkomen overeen, en daaruit zou volgen, dat deze vorm zich ook in biologisch opzicht wezenlijk van C. longipes onderscheidt, voor welke laatste Gran (1902) April— Juni als het tijdperk van de maximale ontwikkeling opgeeft. Volgens Ostenfeld evenwel bereikt de typische Ceratium longipes rondom de Faröer haar maximum in de herfst.

De typische Ceratium longipes Bail. (fig. 8) is gekenmerkt door den gebogen apikaalhoren en de richting der zijhorens. Zooals alle kenmerken zijn ook de genoemde eigenschappen aan variatie onderhevig. In 't algemeen convergeeren de uiteinden van apikaalhoren en rechter zijhoren (hoogstens loopen zij evenwijdig, wanneer de eindhoren alleen aan den voet, d. i. in zijn geheel zwak,

Fig. 9. Ceratium (longipes Bail. aff.), 90 X.