is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handl., Bd. 32, u°. 3, 1899, bl. 24, PI. I, fig. 4), die door Jörgensen (1899a) met de Tiatiuuus (Tintinnopsis) bottnicus van Nordquist tot één soort vereenigd werd ouder den naam van Leprotintinuus bottnicus, is een geheel andere soort. Men vergelijke slechts de afbeeldingen en beschrijvingen van Nordquist eu Levander met de afbeelding van Cleve en de beschrijving bij Jörgeuseu! Cleve (1901, bl. 123, noot 2) zegt dus ten onrechte, dat zijne soort (Tiutinnus pellucidus) gebleken is dezelfde te zijn als T. bottnicus Nordq. of Leprotintinuus bottnicus Jörgens., maar zonder vreemde aangehechte lichaampjes.

147. Tintinnopsis campanula Ehr.

(incl. Tintinnopsis cincta (Cl. et L.) Dad. en Tintinuopsis Bütschlii Dad.).

Daday, Monographie der Familie der Tintinnodeen, Mittheil. Zool. Stat. Neapel, Bd. VII, 1886- 87, bl. 556—558, PI. 20, fig. 4, 5 (T. Bütschlii), fig. 6 — 8 (T. cincta), fig. 9, 11, 13, 15 (T. campanula).

De voor de Waddenzee en het kustplankton kenmerkende T. campanula-cincta-Bütschliigroep is vooral vertegenwoordigd door vormen, die de meeste overeenkomst vertoonen met de fig. 9 en 11 van PI. 20 iu de monographie van Daday. Daarnaast treden ook exemplaren op, die door de in verhouding tot de lengte smallere en meer cylindervormige hulzen en door de zwak uitgebogen mondrand meer gelijkenis met de afbeeldingen van T. cincta (vooral met fig. 7 en 8) bezitten. Het zeldzaamst zijn de vormen met een zeer breeden zoom (fig. 13 en 15). De meeste huisjes zijn in de voorste helft met een aantal even wijde ringen voorzien. De graad van duidelijkheid is bij de verschillende individuen evenwel zeer ongelijk, zoodat er tusschen (? schijnbaar) ongeringde en sterk geringde exemplaren alle mogelijke overgangen bestaan.

Een enkele maal trof ik een huisje met uitgebogen mondrand en afgerond uiteinde, dat naar den vorm overeenkomt met Tintinnopsis Bütschlii Dad. (1. c. fig. 4), maar ervan afwijkt door het gemis van ringen, waardoor het dus tot Tintinnopsis cyathus nadert.

In het Holl. kustgebied der Noordzee en iu de Waddenzee;