is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trechter gegoten) voor alle vormen van het makro- en ruesoplankton ') en voor de grootere vormen van het mikroplankton.

Wanneer men echter niet volgens Lohmann's methode te werk gaat, maar in het vrije met betrekkelijk kleine planktonnetten van datzelfde gaas vischt, worden van de grootere vormen van het mesoplankton relatief weinig exemplaren gevangen en wordt van de soorten van het makroplankton bijna nooit een enkel exemplaar buit gemaakt. Dit blijkt het duidelijkst, als men de monsters van kleinere, fijnmazige met die van grootere, grofmazige netten, beide van dezelfde plaats en diepte, vergelykt en daar, zooals ik reeds boven vermeld heb, slechts de met de fijnmazige netten gevischte monsters geregeld en uitvoerig op hun inhoud zijn onderzocht, heb ik in 't algemeen de grootere vormen van het plankton, evenals de allerkleinste, in het navolgende buiten bespreking gelaten.

Wanneer men een lijst van plauktonvormen, die het water van het zuidelijk van den 53slen breedtegraad liggende Noordzeegedeelte bewonen, vergelijkt met dergelijke lijsten voor het noordelijke deel van het Engelsche Kanaal, dan blijkt onder meer het volgende:

1° dat in de noordelijke Noordzee vormen voorkomen, die in het zuidelijke gedeelte en in het Kanaal volkomen ontbreken3);

2° dat de noordelijke Noordzee en de westelijke ingang van het Kanaal gemeenschappelijke soorten bezitten (waarvan sommige tot de in beide genoemde gebieden gewone en talrijk voorkomende behooren), die evenwel in het oostelijk deel van het Kauaal en in de zuidelijke Noordzee zoo goed als geheel of zelfs volkomen ontbreken.

Tot de eerste groep van vormen behooren bijv. Limacina retroversa Flem. en Oikopleura labradoriensis Lolim.

Limacina retroversa Flem. (Spirialis balea Möll.) is een noordelijke vorm, die volgens Pjslseneee (1888) aan de Europeesche

1) Omtrent de beteekenis dezer woorden zie: noot 1, bl. 80.

2) Dat omgekeerd zuidelijke planktonvormen de noordgrens van hun verbreidingsgebied in de zuidelijke Noordzee vinden, komt ook voor. Dit geldt bijv. voor Sguilla

Besmari'sti Risso, die in de zuidwestelijke Noordzee zeldzaam is en niet noordelijker dan de Doggersbauk gevonden is.