is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2° de verspreiding der verschillende ueritische vormen in eenzelfde gebied van eenige uitgestrektheid is geenszins onderling gelijk; even als de verschillende oceanische vormen zeer ongelijk reageeren op de veranderingen in de samenstelling van het water nabij de kusten, neemt men een dergelijke trapsgewijze vermindering der afhankelijkheid van het kustwater onder de neritische organismen waar;

3° het geregelde voorkomen van eurylialiene, oceanische, holoplanktonische vormen in ondiepe kustgebieden wijst op de mogelijkheid, dat ook neritische organismen holoplanktonisch kunnen zijn;

4° het optreden van een normaal losdrijvende hydroidpolyp in het kustgebied toont aan, dat ook bij echt neritische groepen (s. lat.) een neigiug tot een planktonische levenswijze in alle ontwikkelingsstadiën voorhanden kan zyn;

5° het voortbrengen van planktonische eieren en larven door neritische organismen (s. lat.), die voor hun verbreiding deze soort van eieren en larven gedeeltelijk geenszins noodig hebben, maakt het niet onwaarschijnlijker, dat bij neritische planktonorganismeu ook een plauktonisch ruststadium voorkomen kan ;

6° het verschijnsel, dat Clupea harengus vastzittende, Clupea sprattus pelagische eieren bezit, toont aan, hoe uauwverwante vormen in dit opzicht van elkaar kunnen afwijken.

Verder verdedig ik de opvatting (zie ook de eindbeschouwingen van hoofdstuk III, Het Brakwaterplankton):

7° dat de verspreiding van neritische planktonorganismeu en hun voorkomen in het kustgebied, ook bij vooropstelling van het bestaan van planktonische ruststadiën, voldoende verklaard wordt door aan te nemen, dat in ieder geval de uit de sporen en eieren voortkomende jonge individuen (misschien ook de sporen en eieren zelve) de normale ontwikkeling alleen in het kustwater kunnen doormaken;

8° dat de verticale verspreiding boven de kustbanken en in de fjorden (aan de Noorsche en IJslandsche kusten) geen steun geeft aan de opvattiug omtrent den grooten invloed van den bodem op het ueritische plauktonleven. (Zie ook omler » Brakwaterplankton").