is toegevoegd aan uw favorieten.

Plankton van Noordzee en Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Waddenzee voor, maar vertoonden zich nooit in de Zuiderzee. Alleen Centropages hamatus was in het noordelijkste gedeelte (langs de Friesche zuidkust) nog in eenig aantal aanwezig, toen het zoutgehalte 14—16°/on bedroeg.

Het voorkomen van Oitliona similis en Acartia longiremis in de Oostzee is hoogst merkwaardig in verband- met de verspreiding in de zuidwestelijke Noordzee. Zooals reeds vroeger opgemerkt werd, komt Oitliona similis in het westelijk deel der Oostzee vooral in de zoutere onderlaag voor en haar verbreidingsgrens, zoowel in vertikale als in horizontale richting, valt ongeveer met de grens van het 10°/oo-water samen. Over haar verspreiding in het Kanaal en de zuidwestelijke Noordzee is boven (bl. 91) uitvoerig gesproken. Ik herhaal hier daarom alleen, dat Oitliona similis niet alleen in de Zuiderzee, maar ook in de Waddenzee en zelfs in de Noordzee bezuiden 53° N.B. volslagen gemist wordt, hoewel zij in de westelyke helft van het Kanaal en in de Noordzee benoorden 53° N.B. talrijk voorkomt.

Een volkomen aan het brakke Oostzeewater aangepaste Copepode blijkt Acartia longiremis te zijn. Over bijna de geheele Oostzee verspreid is zij soms hoofdbestanddeel van het zoöplankton. In het Hollaudsche kustgebied, en dus ook in de Waddenzee en de Zuiderzee, komt zij niet voor, hoewel ik ze langs de tegenoverliggende Engelsche kust (H 7) en verder in de Noordzee wel aantrof en zij ook voor het Kanaal opgegeven wordt. Misschien kan dit ontbreken in het Holl. brakwatergebied verklaard worden uit haar geografische verspreiding, d. w. z. uit haar arktisch en boreaal karakter. Haar gebied reikt van het Engelsche Kanaal tot in het Noordpoolbekken. In de zuidelijke Noordzee nadert zij dus de zuidgrens van haar gebied, m. a. w. moeten de levensvoorwaarden minder gunstig worden, wat dan o. a. daaruit zou kunnen blijken, dat zij onder die nadeelig gewijzigde omstandigheden het vermogen om zich aan een brakwaterleven aan te passen verliest. Met het oog op de verspreiding van andere vormen ligt het evenwel meer voor de hand het ontbreken in de Zuiderzee als oen onmiddellijk gevolg te beschouwen van haar afwezigheid in het