is toegevoegd aan uw favorieten.

De mengkrystallen bij natrium-sulfaat, -molybdaat en -wolframaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krystallen i) schijnen met de „theorie der verdunde oplossingen" tamelijk wel in overeenstemming te brengen, zijn echter nog schaarsch; en hierbij is ten minste éen der beide phasen isotroop. Het goed uitgewerkte voorbeeld van een overgang in mengkrystallen 2) stemt met de theorie op ca 10 0/0 nauwkeurig, dus bevredigend, overeen.

Als uitgangspunt voor het betoog, dat vaste en vloeibare oplossingen aan dezelfde limietwetten gehoorzamen, neemt van 't Hoff3) voor een verdunde vaste oplossing de geldigheid aan van de HENRY'sche wet, daarbij slechts steunend op de onderling zeer afwijkende getallen bij Palladium-waterstof, die daarenboven sterk afhankelijk zijn van de gesteldheid van het Pd, en door Bakhuis Roozeboom en Hoitsema 4) in een heel ander licht zijn gesteld. Nu is verder met behulp van een ideëel kringproces of analoge thermodynamische bewerking, onder aanname van een osmotischen druk in de krystallijne phase, de gelijkheid hiervan met den gasdruk bij gelijke concentratie te bewijzen en daaruit volgen dan dezelfde limietwetten. Later heeft Beckmann 5) de vroeger door hem en Stock g) beschreven formule

!) Litteratuur bij Bruni 1. c.; van 't Hoff Vorlesungen II, pag. 66.

3) Reinders. De mengkrystallen van Hgl2 en HgBr3 Zeitschrift Ph. Ch. 32. 494—535 (1900).

3) L. c. Zeitschrift Ph. Ch. 5. 329.

4) Arch. néerl. 30. 44 — 99 (1897).

6) Zeitschr. f. Phys Ch. 22, 612 (1897).

G) Zeitschr. f. Phys. Ch. 17. 607—614 (1895).

(dT\

j xJ — moleculaire vriespuntsverandering; Ql = moleculaire smeltwarmte van het oplosmiddel .\j en x concentratie resp. van mengkrystal en vloeibare phase.

Verh. Konink. Akad, v. Wetensch. Verslag der Verg. van 27 Juni 1903 pag. 169 — 187 ; en elders.