is toegevoegd aan uw favorieten.

De mengkrystallen bij natrium-sulfaat, -molybdaat en -wolframaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De knik in de stollijn ligt hier bij 4 & 5 %S en 676°, het minimum in het gedeelte voor de «-krystallen bij ca 25 % S en f)69°. De verschillende richting der beide gedeelten der overgangslijn tot de S-krystallen, die bij de beschrijving der vorige doorsnede uitvoerig besproken werd, vertoont zich hier zeer duidelijk en ook de punten, waarbij in de /-mengkrystallen een verschijnsel met warmteeffect plaats vond, hetgeen zich in de af koelingslijnen door vertragingen deed blijken. Dat niet verder dan bij de concentraties 5, (> en 7 % S dit warmteeffect zich voordeed, voert mij tot de gedachte, dat hier een gesloten kromme optreedt. Beoordeeld naar de afkoelingslijnen, vertoont het warmteeffect zich niet bij een bepaalde temperatuur, maar over een temperatuurinterval. De punten, waarbij de afkoelingssnelheid weer de oorspronkelijke grootte aannam, zijn in de tabel en de figuur aangegeven als punten van den ondersten tak.

Een bijzondere bespreking van de bepalingen kan verder als overbodig beschouwd worden.

De doorsnede (5 M 5 W)—S.

De doorsnede midden door het driestoffenstelsel werd in haar geheel bepaald (fig. V plaat I). Als voorbeeld voor al de andere bepalingen zijn de afkoelingslijnen voor deze geheele doorsnede gereproduceerd (plaat II). De hoeveelheid stof neemt geregeld af van 48 gram (5 M 5 W) tot 33 gram S, zoodat steeds met hetzelfde volumen werd gewerkt.