is toegevoegd aan uw favorieten.

De mengkrystallen bij natrium-sulfaat, -molybdaat en -wolframaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van den overgang y-o vertoonde zich duidelijk slechts het gedeelte dat door S weinig verlaagd wordt. Het warmteetïect is daarbij aanmerkelijk; bij overgaan van 3 op 4% S is deze halte in de afkoelingslijn plotseling verdwenen om plaats te maken voor twee vertragingen. Van deze plant de bovenste zich met toenemende duidelijkheid bij de volgende S-concentraties voort, terwijl de onderste nog bij 5°/0 S eenigszins te zien is en daarna verdwenen. Bij deze voortzetting van den y-S overgang, voorbij de intreding van de ontmenging, vindt evenals vroeger sterke depressie plaats. Dit alles toont plaat II duidelijk. De stijgende lijn in het gebied der ^-krystallen is wederom als een gesloten curve geteekend; een voortzetting tot snijding met den z-y overgang wordt door geen enkel punt waarschijnlijk gemaakt. De afkoelingslijn voor (5 M 5W) 90% S l<>°/0 maakt ook in het geheel niet den indruk, dat daar twee warmteeffecten bij weinig verschillende temperatuur — zooals een voortzetting van de ontmengingslijn in fig. V zou doen verwachten — zouden zijn ineengevloeid: integendeel.

De overgang bij S wordt evenals door M en door W alleen door een mengsel der beiden verlaagd, zooals in het mengsel met !)()% S duidelijk, in dat met SO % zeer flauw zich vertoont. De richting der overgangslijnen x-y en z-t geeft hier evenals in de grensstelsels aanleiding tot de aanname eener eutektische snijding.

De doorsnede (6M 4W)—S.

Zooals fig. VI plaat I en de tabel aangeven, doet zich in deze doorsnede bij toevoeging van 1 % S nog een stolpuntsverlaging van 4° voor, terwijl daarna over een traject van eenige procenten geen verlaging plaats vond. Bij 2 % S is dan de overgang x-$ te constateeren, die in het M-—W stelsel bij 35 % W verdwenen was.