is toegevoegd aan uw favorieten.

De bifilairmagnetische methode ter bepaling van de horizontaal-intensiteit der aardmagneetkracht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E de elasticiteitsmodulus v/d stof der ophangdraden.

k. de verhouding ™ tusschen 't magnetisch moment m xl

van het magneetnaaldje en H.

a. de afstand tusschen de centra van 't naaldje en van den bifilair-opgehangen magneet.

«. de hoek, waarover het bifilairstelsel uit zijn evenwichtspositie gedraaid is.

De hoek van afwijking (p, dien het magneetnaaldje van den unifilairmagnetometer maakt met den magnetischen meridiaan, hangt af van het magnetisch moment M van den bifilairopgehangen magneet, wiens as een hoek « maakt met de richting Oost-West; van den afstand van dezen magneet tot het centrum van 't magneetnaaldje, en van de torsie van den cocondraad, waaraan dit naaldje is opgehangen.

Kohlrausch vond:

H ('-%y) ('+7?) <cos• -2 sin"tg »>

M a3(l + ö)tg<p

Hierin beteekent:

0. de torsiecoëfficient van den cocondraad van den magnetometer.

<f. de afwijking v/d magnetometernaald uit den meridiaan.

d. de poolsafstand v/d grooten bifilair-opgehangen magneet.

/. de lengte v/d magnetometernaald.

Bij het latere onderzoek in 18S6 (Ann. der Physik und Chemie, Bnd 27) gebruikt Kohlrausch de meer nauwkeurige uitdrukking:

H I1 "°'v+°-13 «<)(1+>" »• j1(003" -2 tta ",g f)

M — a3 (1 + 0) tg cp ^