is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de verandering der refractie gedurende den loop van het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het 45ste, 50ste, 55ste en 60ste jaar bij 821 oogen.

, , en 55ste , , 1866 „

, en op het 50sto , , 3685 ,

Op het 45ste jaar alleen , 2852 ,

Op het 50sU", 55ste en 60ste , , 1082 „

„ en op het 55ste , 2312 ,

Op het 50stu jaar alleen , 265 ,

Op het 55ste en 60ste „ 1339 ,

Op het 55stc jaar alleen „ 194 ,

, 60stp „ „ 180 ,

De belangrijkste groep voor het nagaan van de verandering der refractie met het klimmen der jaren is zeer zeker die, welke over het langste tijdverloop te vervolgen is, d. i. dus die, welke de gegevens bevat over de personen, die in hunne jongelingsjaren gekeurd zijn en die vervolgens op 45-, 50-, 55- en 60-jarigen leeftijd herkeuring hebben ondergaan. Deze groep omvatte 468 oogen.

De refractie hiervan was in de jeugd, dus toen zij voor het eerst onderzocht werden:

TABEL X.

E in 306 gevallen. Hm 4 in 4 gevallen.

Hm 0,25 „5 , M 0,25 „ 1 ,

Hm 0,5 , 66 , M 0,5 ,3 ,

Hm 0,75 , 14 M 0,75 , 2

Hm 1 . 3o ., Ml , o -

Hm 1,25 7 M 1,5 „ 5 ,

Hm 2,3 „ M 3 „ 1

Hm 2,5 . 1 113,5 , 2

Hm 3 „ 8 . M 4 , 1

Hm 3,5 „ 2 , M 5 ,2

Bepalen wij bij 408 oogen van willekeurige personen de