is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de verandering der refractie gedurende den loop van het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

refractie, zoo zullen wij geheel andere cijfers verkrijgen, met name zullen wij meer hypermetropen en myopen aantreffen. Dit is te verklaren, doordat het hier de oogen geldt van spoorwegbeambten, die dus voor het meerendeel normale oogen hebben; dat er toch hypermetropen en myopen onder voorkomen komt, doordat er zeer velen bij zijn, die reeds voor 1877 in dienst waren en die men toen niet zoo maar kon ontslaan.

Wij zijn wel genoodzaakt de verschillende graden van refractie tot groepjes te vereenigen, in de eerste plaats omdat de sprongen der opeenvolgende getallen te groot zijn en er bijvoorbeeld ongetwijfeld veel meer hypermetropen van 0,25 D. zijn, die door de algemeen heerschende neiging tot afronding deels onder de emmetropen, deels onder de hypermetropen van 0,5 D. zijn terecht gekomen; in de tweede plaats omdat de refractie, vooral zonder aanwending van mydriatica, niet tot op 0,25, ja niet tot op 0,5 dioptrie na nauwkeurig is te bepalen; in de derde plaats omdat de gevallen van sterkere hypermetropie anders al te gering in aantal zijn. Ik heb daarom als volgt bijeen genomen:

E tot Hm 0,5 377 gevallen

Hm 0,75 tot Hm 1,25 56 Hm 1,5 tot Hm 3 7 , Hm >3 6

M 0,25 tot Ml 11

M > 1 11

Dat ik de myopen met bijziendheid van een bedrag van meer dan één dioptrie alle bijeen genomen heb, is hier gpoorloofd, omdat zooals later blijken zal met deze toch geen rekening zal worden gehouden.

Gaan wij nu eerst na, hoe in de latere jaren de refractie geworden is van de 377 oogen, die in hunne jongelingsjaren