is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de verandering der refractie gedurende den loop van het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E—Hm 0,5 waren. Daar het ons er om te doen is de gemiddelde refractie van deze 377 oogen te leeren kennen op elk der leeftijden, waarop de refractie er van bepaald is, zullen wij hier niet de verschillende refractiegraden bijeen mogen nemen, doch ze gescheiden dienen te houden. In tabel XI kunnen wij dan aflezen hoe de refractie op de verschillende levensjaren, boven elke kolom vermeld, bij die 377 oogen was verdeeld.

TABEL XI.

< 40 jaar 45 jaar 50 jaar 55 jaar 60 jaar

E 306 243 192 167 153

Hm 0,25 5 7 6 7 5

Hm 0,5 66 109 124 105 58

Hm 0,75 11 11 21

Hm 1 13 21 39 65

Hm 1,25 7 5

Hm 1,5 1 8 14 17

Hm 1,75 1 3

Hm 2 3 3 6 13

Hm 2,25 1

Hm 2,5 3 2 9

Hm 3 5 9

M 0,5 5 9 9

M 0,75 1 5

Ml 4 3

M 1,25 1

M 1,5 11

M 2 1

M 3 1

Wij kunnen hieruit nu de gemiddelde refractie berekenen, welke die 377 oogen op elk der boven de onderscheidene