is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de verandering der refractie gedurende den loop van het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meer dan 3 D. hypermetroop waren 12 oogen met eene gemiddelde refractie van:

op < 40-jarigen leeftijd: Hm 3,8 op 45-jarigen leeftijd: Hm4,3

De hypermetropen van meer dan 1,5 dioptrie vertoonen dus tot het 45ste jaar gemiddeld eene refractievermindering van 0,5 dioptrie.

Verder telt deze groep 32 M 0,25 tot 1 D. met eene gemiddelde refractie:

op < 40-jarigen leeftijd: M 0,75 op 45-jarigen leeftijd : M 0,82

Van de overblijvende groepen, die dus niet vanaf de jeugd te vervolgen zijn, doch eerst vanaf het 45ste jaar of nog later, is er slechts één belangrijk genoeg om nog afzonderlijk besproken te worden. De anderen toch zijn hoogstens over een tijdsverloop van 10 jaren te vervolgen, deze althans van het 45ste tot het 60ste jaar, Zij bestaat uit die personen, die op 45-, op 50-, op 55- en op 60-jarigen leeftijd ter herkeuring zijn geweest, doch omtrent wier refractie in vroegere jaren geene gegevens meer waren te vinden. Dit materiaal op dezelfde wijze als de vorige groepen behandelende komen wij tot de volgende cijfers.

Van 821 oogen werd de refractie om de vijf jaar bepaald. Hiervan waren op 45-jarigen leeftijd:

E tot Hm 0,5 632

Hm 0,75 tot Hm 1,25 93 Hm 1,5 tot Hm 3 22 Hm > 3 14

M 0,25 tot M 1 36

M >1 24

De 632 E tot Hm 0,5 hadden eene gemiddelde refractie: