is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de verandering der refractie gedurende den loop van het leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 14 gevallen, welke de navolgende gemiddelde refractie vertoonden:

op 45-jarigen leeftijd: Hm4,5 op 50-jarigen leeftijd: Hm4,8 op 55-jarigen leeftijd: Hm5,2 op 60-jarigen leeftijd: Hm5,4

In curve afgebeeld in figuur 4cl. Dus weder eene vrij sterke toename der oververziendheid en wel relatief geringer dan bij de Hm 1,5 tot 3 D.

Voorts bevatte deze groep 36 myopen van 0,25 tot 1 D. met eene gemiddelde refractie:

op 45-jarigen leeftijd : M 0,53

op 50-jarigen leeftijd : M 0,63

op 55-jarigen leeftijd : M 0,70

op 60-jarigen leeftijd : M 0,75

Figuur 4e doet ons dit graphisch zien. Hieruit blijkt eene minimale toename der lichte myopie.

Hiermede is de bespreking van elke groep afzonderlijk, voor zoover de groepen belangrijk genoeg daartoe waren, afgeloopen en zal nu volgen eene algemeene samenvatting van alle gegevens. Eerst echter willen wij nog de conclusies opstellen, welke uit de behandeling der afzonderlijke groepen, zooals die in de voorgaande bladzijden werd gegeven, mogen worden getrokken:

1. De refractie van het emmetropische oog verandert met het klimmen der jaren in eene lichte hypermetropie.

2. Deze refractieverandering neemt reeds voor het 45stc jaar eenen aanvang.

3. De verkregen hypermetropie bedraagt op het 60stejaar ongeveer 0,5 dioptrie.