Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er omstreeks 1848 omging in de gemoederen van het Nederlandsehe volk, maar met gering succes. Tegenover de niet talrijke goede dingen in beide romans staat veel meer middelmatigs of zwaks, zoowel in den bouw en de bewerking als in de karakteristiek en de beschrijvingskunst.

Toen de Nationale Vertoogen uitkwamen, was Huet niet meer in Indië; de verdere opvoeding van hun eenig kind eischte een verblijf in Europa, de zorg voor zijn Dagblad kon hij overdragen aan zijn neef L'Ange Huet - zoo verliet hij dan in Maart 1876 het land waar zij „eenige der gelukkigste jaren van (hun) leven doorgebracht hadden en trok over Italië en Nederland naar Parijs, waar hij zich voorloopig vestigde. Als vrucht van die reis gaf hij in 1877 Van Napels naar Amsterdam uit: een vlotgeschreven, onderhoudend reisverhaal, dat hier en daar aan een reisboek of reisgids doet denken in zijn opsommingen en beschrijvingen, ook wel eens in zijn oppervlakkigheid; doch waarin tevens vele goede of mooie bladzijden en oorspronkelijke opmerkingen voorkomen; vrij wat ook dat ons een kijk geeft op den auteur zelf. Welken indruk het weerzien van zijn land en zijn volk op den reiziger had gemaakt, bleek aan het slot van dit geschrift: handel en nijverheid, maatschappelijke toestanden en huiselijk leven, kunst en wetenschap, alles schijnt hem even achterlijk, duf, saai, taai „de dood in de pot!" Alleen de schoonheid van het vaderlandsch landschap en van Oud-Amsterdam vindt genade in zijn oogen.

Zich onder zoo'n volk vestigen kon weinig aanlokkelijks voor hem hebben. Bovendien was Potgieter's dood een bittere teleurstelling voor hem en de zijnen geweest, ook met het oog op hunne plannen voor de toekomst; zijn overige vrienden waren weinig in getal; nu eerst bemerkte hij duidelijk, dat de

Sluiten