Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heden en verleden zijn in Huet's critieken vertegenwoordigd, al vindt men op een paar honderd stukken er slechts een vijftigtal die het verleden raken. Maar Italië, dat hem het smakelooze, onrustige en onharmonische van het hedendaagsch leven toonde tusschen de overblijfselen van voorheen, maakte hem tot een lofredenaar van den ouden tijd (Van Nap. naar Amst. 21). Niet vreemd dus dat hij in Het Land van Rubens (1879) voor België ondernam wat hij voor Italië had gedaan. Zoo heeft hij dan in dat werk herinneringen aan een reis door het Vlaamsche en het Waalsche land op handige wijze samengevlochten met historische feiten en beschouwingen tot een doorgaans onderhoudend en fraai geheel. Door teekenachtige bijzonderheden, treffende overzichten, boeiende aanhalingen weet hij de vermoeienis te voorkomen, die een gevolg zou kunnen zijn van een opsomming van feiten of een lange beschrijving. Van tijd tot tijd wordt de bewondering van België onderbroken door een schampere opmerking over of vergelijking ten nadeele van Nederland. Wat zou het zijn, indien hij het verleden van eigen land en volk eens tot voorwerp van studie koos? Dat heeft Het Land van Rembrand (1882 '84) ons getoond.

Toen Huet zich gereed maakte een voorstelling onzer volksbeschaving in de 17de eeuw te geven en als inleiding daartoe een overzicht van ons midde'.eeuwsch volksverleden, ondernam hij een taak welks omvang en zwaarte hij vermoedelijk maar half besefte; een taak, die, om goed volvoerd te worden, ook nu - hoeveel meer dan bij den toennialigen stand der wetenschap - een jarenlange voorbereiding en inspanning van een geniaal geschiedschrijver zou hebben geëischt. Erkend dient, dat hij ontzaglijk veel heeft doorbladerd, doorsnuffeld, doorlezen om zich op de hoogte te stellen; dat zijn scherpe blik veel eigenaardigs en treffends heeft opgemerkt; zijn vormtalent

Sluiten