Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overdrijven, en op een klein getal feiten of beweegredenen veel licht doen vallen. Doch waar Bagehot van Rembrandt's stijl zegt: „it casts a vivid light on certain selected causes", laat hij daarop volgen: «on those which were best and greatest"; die woorden nam Huet niet over; en terecht: zij zouden alles behalve gestrookt hebben met den geest van zijn werk.

In die stemming ten opzichte van ons volk is Huet gebleven, totdat men hem in Mei 1886 dood voor zijn schrijftafel vond. Ook de beweging van '80 bracht geen verandering in die stemming: Perk's gedichten vallen hem tegen; hij vindt dat De Lantaarn meer geest heeft dan De Nieuwe Gids. Echter, juist onder die jongeren heeft hij vereerders en verdedigers gevonden, die hem dankbaar waren voor zijn strijd tegen veel in de toenmalige literatuur waartegen ook zij strijd voerden. Mede aan den invloed dier jongeren moet men toeschrijven, dat er tegenwoordig velen zijn, die onvoorwaardelijke bewondering van Huet in hun literair «credo" hebben opgenomen. Zoo vinden onze orthodoxe boeren een dominee te «dierbaarder", naarmate deze hun duidelijker aan het verstand brengt hoe verdoemelijk zij zijn. Het schijnt in het belang van ons volk, deze onvoorwaardelijke bewondering te vervangen door billijke doch vrijmoedige waardeering: onderscheid te maken tusschen de knollen en de citroenen onder Huet's geschriften; dankbaar te erkennen, hoeveel hij, als medestander van Potgieter en strijdend op eigen hand, h°eft bijgedragen tot het hooghouden van het letterkundig peil te onzent, het prikkelen en opscherpen der geesten, hoe menig fraai prozageschrift wij hem verschuldigd zijn — doch niet voorbijzien of verbloemen, dat zijn toenemende vooringenomenheid tegen ons volk hem vaak heeft verleid tot onrechtvaardige oordeelvellingen ; dat het cynisme in zijn Land van Rembrand en

Sluiten