Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elders de miskenning en minachting van het eigen volk en de daaruit voortvloeiende kleinmoedigheid onder ons moet hebben bevorderd; het betreuren: dat deze afstammeling vatt réfugié's niet, gelijk W. de Clercq en Bosboom - Toussaint, met ons volk is samengegroeid, dat hij - naar Potgieters woord — geen „gelukkiger, gezegender invloed" heeft geoefend.

MULTATULI.

Let men op de schrale waardeering die Huet bij zijn leven ten deel viel, dan schijnt Multatuli na 1870 Publieks bedorven kind. In dat jaar vereenigen vier bekende mannen van liberalen huize zich tot een Commissie om hem en de zijnen op afdoende wijs te helpen; Vosmaer maakt propaganda voor hem in zijn, van bewondering en geestdrift getuigende, studie Een Zaaier (1874); verscheidene jongeren Aart Admiraal, Roorda van Eysinga, Feringa, Bruinsma , De i.a Vallette scharen zich onder zijn vaan. Niet in woorden alleen uitte zich die sympathie: „Vosmaer en de uitgever Funke worden hem ook metterdaad trouwe vrienden; Van Hall geeft zich moeite voor het ten tooneele brengen van Vorstenschool; in 1878 ontvangt Multatuli op zijn verjaardag van eenige vereerders een symboliek geschenk: een zilveren beker met honderd gouden tientjes erin; in 1882 brengt een Commissie / 20,000 voor hem bijeen. Voor welk Nederlandsch letterkundige had men dat gedaan? Slechts voor Tollens was iets dergelijks geschied. Maar weinig vreugd bracht deze sympathie hem dien zij gold. Zijn gevoeligheid werd zóózeer gekwetst door de wijze waarop de Commissie van 1870 haar taak opvatte, dat hij haar verzocht hare pogingen te staken. Het genoegen, hem verschaft door Vosmaer's Een Zaaier, woog niet op tegen de

Sluiten