Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„waarachtig gemeenschapsgevoel", welks zegepraal hij wenschte over de «fatsoenlijke onmenschelijkheid", waarvan onze hedendaagsche maatschappij zich heeft te bekeeren. Naar aanleiding der gevangenhouding van Domela Nieuwenhuis (1887) trad hij in het openbaar op om van zijn sympathie in dezen te doen blijken; in het volgend jaar ontwikkelde hij zijn opvatting van ware menschelijkheid in een tweede redevoering, getiteld Een schrede voorwaarts. De Koninklijke Academie en menig ander genootschap of vereeniging genoten niet zelden van zijn gaven als spreker en geleerde.

Onder al dat werk vond hij nog tijd tot het voortbrengen van grooter en kleiner geschriften, die ons verbazen door hun aantal en omvang, ons met bewondering vervullen voor hun rijkdom van geest en gemoed. Sommige dier geschriften dragen een algemeen karakter: Israël (1887) en Hellas (1891—'93), de twee eerste deelen van een groot werk waarin Pierson onze beschaving in haar voornaamste bestanddeelen wilde kenschetsen; Wetenschap en Kunst-, Over Grieksche compositie. Andere zijn van wijsgeerigen aard zooals de studiën over Hamann, Jacobi, Mill, Bilderdijk als wijsgeer, Over het komische, Over Hegei's esthetisch beginsel. Weer andere zijn gewijd aan voormannen van het Réveil: Oudere Tijdgenooten (1888), aan een belangwekkend personage als kardinaal Newman en zijn opvatting van het R.Katholicisme, aan polemiek tegen Kuenen en Hoekstra, aan Studiën over Johannes Kalvijn. Wij vinden stukken van biografischen aard, gelijk die over Opzoomer, Huet, Vosmaer, Willem de Clercq; letterkundige critieken over werken als Vosmaer's Amazone en Inwijding, Wallis' In dagen van strijd, Kollewijn's Bilderdijk; daarenboven nog een reeks feuilleton's, grootendeels geschreven voor Het Vaderland, van zeer verschillenden inhoud.

Een derde deel der reeks Geestelijke Voorouders, dat een

41*

Sluiten