Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lb>70. Mary Hollis en Mylady Carlisle, vertoefde zijn dichtende verbeelding liefst onder Engelschen in Engeland - in zijn beide beste romans na 1870: Sinjeur Semeyns (1875) en De Kapitein van de Lijfgarde (1888) is het tooneel beurtelings in Engeland of Nederland. Vóór 1870 zijn de hoofdpersonages in zijn verhalen vrouwen: Een Haagsche Joffer, Mary Hollis, Mylady Carlisle - na 1870 mannen: Semeyns en Willem III. De doorluchte Oranje dien wij vroeger reeds in de novelle Een byzonder Onderhoud en even in Mary Hollis hebben aangetroffen, wordt meer en meer de held voor dezen dichter die, evenals Potgieter, kracht en karakter boven alles stelde, die het grootsche liefhad en zedelijke beginselen die tot grootsche daden bezielen.

Taine, door Hl,'et vertolkt, had SchiMiViel bijna overtuigd, dat de historische roman, tweeslachtig middending, noch fictie noch historie, eigenlijk geen recht van bestaan heeft. Nadere overweging echter had hem doen inzien, dat dit oordeel slechts trof wie, als LouiSE Mühi.bach en anderen, de historie verminkten en niet meer dan een «romantische historie" gaven. Daaraan had ook hij zich wel eens schuldig gemaakt, erkende hij, maar van nu af zou hij zich daarvoor wachten; voortaan zou „het historisch feit slechts het stramien zijn waarop de verbeelding hare scheppingen borduurt." In Sinjeur Semeyns heeft de auteur aan zijne verbeelding dan ook den teugel gevierd en zoo een hoog-romantisch werk geschapen met forsche lijnen, bonte kleuren, gloeiende tinten; historische feiten uit den tijd van Willem III en Lodewijk XIV zijn er gemengd met verbeelde gebeurtenissen; naast de historische personages treden door de fantazie geschapene op: een geheimzinnige heks, een zeeroover, een Italiaansche moeder die de felheid van hartstocht in haar zoon verklaarbaar moet maken. Hoe verdienstelijk dit werk ook moge zijn, het wordt overtroffen door De

Sluiten