Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesproken heeft; de kleine fijne vrouw met het zachte gemoed schrikte terug voor wat zij in een brief aan Huet over dit boek de „grove volkstaal" noemt. Bovendien werd het geschreven onder allerlei „angsten en zorgen, ziekten, overblijvende zwakheid en lasten" die op de wording van het geschrift zeker geen gunstigen invloed hebben geoefend. Maar de voorname oorzaak lag vermoedelijk in haar afnemende scheppingskracht; bij het schrijven van Het Kasteel Westhoven in Zeeland immers bestonden die ongunstige omstandigheden niet en toch staat dat werk niet hooger, eer lager, dan het voorgaande. Die breede historische schets, gewijd vooral aan den Franschen edelman De Villiers, Hugenoot en hofprediker van Prins Willem 1, besloot op treffende wijs de loopbaan eener schrijfster van Hugenootschen bloede die met Het Huis Lauernesse zich zelf was geworden; doch van de kunstenares die in den opgang van haar baan Lauernesse had geschreven, was in Het Kasteel Westhoven niet veel meer te zien.

Niet om die beide laatste geschriften verdiende Geertruida Bosboom-Toussaint, dat men haar in 1882 op haar 70sten verjaardag zulk een warme hulde bracht, dat men in 1886 treurde bij haar dood; maar om het vele goede of voortreffelijke in een 45-jarige auteurswerkzaamheid door haar verricht ten bate van onze kunst en ons volk. In de schatkamers van verleden en heden wist zij telkens nieuwe stoffen, personages, feiten en toestanden te vinden, die, door haar warm medeleven bezield en in onderling verband voorgesteld, de aandacht van hare landgenooten boeiden, hen aan de alledaagsche werkelijkheid onttrokken en daarboven verhieven. De kunst dezer kleine zwakke vrouw heeft iets groots en krachtigs; het groote van een tijd of een karakter vervulde haar zelfs zoozeer, dat zij vaak te weinig zorg wijdde aan de bewerking en afwerking

harer verhalen; hare warme belangstelling in de schepsels van

KALFF, Letterkunde, VII. 43

Sluiten