Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was niet groot: levende menschen maken, beelden uit het verleden geven, karakters ontwikkelen in hun samengaan en botsen - daartoe bleek hij niet in staat. Zijn kennis van dien tijd bezwaart hem blijkens de lange tirades waarin hij haar tracht te verwerken; ook wordt het belangwekkend tragisch conflict tusschen Borsselen en de wassende volksmacht afgeleid en verzwakt door zijn samenkomst met den vader van het door hem vermoorde meisje.

Van minder waarde dan Bosscha's stuk, maar niet zonder beteekenis, is het drama Pseudo-Demetrius (1871) van J. H. Ankersmit Wzn., een Deventenaar die tot de vrienden van Van Vloten behoorde. Over het algemeen is hier een streven naar het natuurlijke en ware dat, vooral in dien tijd, erkenning verdient; dat streven en de niet onverdienstelijke navolging van Shakespeare (1*® Tafereel) verheffen het stuk boven vele andere van dien tijd.

Een streven naar iets beters, naar levenswaarheid en typeering vinden wij in P. J. Peterson's blijspel in vier bedrijven Het Fatsoen (1853); in den „Hègsch" sprekenden fat Fatering is ook wel iets goeds; maar het is alles te zwaar, te duidelijk van strekking, te gewild. L. Kettmann's dramatische schets Een Grap (1872) vertoont goede eigenschappen: er is afwisseling en gang; het tooneel waarin de hoofdpersoon, een arm dichter, een fragment van een historisch drama voordraagt, niet onaardig; overigens is het eer sentimenteel dan gevoelig, eer melodramatisch dan dramatisch. De tooneelspeler Rosier Faassen maakte naam vooral met volksstukken als Anne Mie, Zwarte Griet (1883), Hannes (1883); H. Beijerman, onderden schuilnaam Glanor, met zijn tooneelspel Uitgaan (1873), dat een verheerlijking van het huiselijk leven bevat en treft door natuurlijkheid van taal - doch hooger dan zij staat Lodewijk

44*

Sluiten