Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHIMMEL.

Hoe Schimmel's belangstelling in drama en tooneel was ontwaakt onder de geestdriftige verhalen van zijn vader over Snoek, Wattier en Rombach; hoe die belangstelling liefde werd in den jongen man die zich 's Zaterdagsavonds, na een week van hard werk, op het Leidsche Plein kwam verpoozen; hoe de stukken die hij daar zag, hem prikkeiden tot zelf scheppen — dat hebben wij vroeger reeds vermeld; het is nu onze taak een voorstelling te geven van zijn ontwikkeling en beteekenis als tooneelschrijver.

Wie beide eenigermate wil leeren begrijpen en schatten, dient zich te herinneren hoe het geschapen stond met het ernstig drama te onzent in de jaren vóór dat Schimmel als tooneelschrijver optrad. Het nieuw-klassiek treurspel was uitgebloeid; maar tot de beide voornaamste vertegenwoordigers er van Wiselius en Klyn, nu grijsaards, zag men nog met eerbied op; Klyn's Montigni heette nog „het meesterstuk der Nederlandsche dramatiek". Tegenover het klassieke vond men het romantisch drama a la Victor Hugo, waaraan Van der Hoop en anderen hun kracht hadden beproefd of nog beproefden. Tusschen deze beide: stukken als die van Warnsinck en Van Halmael, die onder den invloed van Schiller en Shakespeare een middenweg tusschen klassiek en romantiek trachtten te houden. De vertooning van pathetische melodrama's en onvervalschte draken als Lazaro de Veehoeder of Misdaad en Wraak, Ben Leil of de zoon der Nacht hielden het minst ontwikkeld deel van het publiek nog altijd in spanning. Ten slotte, een paar jaren vóór Schimmel's eerste stuk had Van Lennei» den stoot gegeven tot de oprichting der vereeniging „Achilles" en de nieuwe rederijkerij.

Welken weg een begaafd jonkman die buiten den invloed

Sluiten