Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemmingen en toestanden, en kenmerkt zich door schoonheid of waarheid.

Uit Struensee wilde Schimmel in „(z)ijn kracht als dramatist" gekend worden; zeker toont hij zich daar een talentvol dramaturg; toch stellen wij De Towerkat hooger, omdat karakteruitbeelding in het drama hooger staat dan karakter-teekening. Dat Schimmel's laatste drama — het schetsje !n de Directiekamer (1894) niet medegerekend - evenals zijn laatste historische roman, zijn beste is, getuigt van dat stadig streven naar hooger dat dezen ernstigen, krachtigen werker eigen was. Verscheidene zijner andere stukken kunnen als volksstukken nog goede diensten doen, een hooger ontwikkeld publiek niet meer bevredigen; eenige van zijn latere stukken getuigen ook voor ons van talent; zijn gezamenlijk tooneelwerk, ver uitstekend boven dat zijner tijdgenooten, zal in de geschiedenis van ons drama een eervolle plaats blijven innemen.

HET TOONEEL.

Toen Schimmel met zijn eerste dramatisch werk optrad, verkeerde het tooneel nog in den toestand van verval, dien wij hiervoor (bladz. 366 vlgg.) hebben getracht te schetsen. „Geen beschaafd Hagenaar of Amsterdammer - schreef Schimmel later — „of hij minachtte het tooneel"; en daarvoor: „Nergens was richting te bespeuren. Het dialect was ellendig; alle kennis van de grondregelen onzer taal reeds voorlang ingeboet bij het spelen der platte en tevens gezwollen vertalingen."

Naast den Schouwburg op het Leidsche Plein, die door een tooneelgezelschap onder leiding van Anton Peters bespeeld werd, vond men te Amsterdam o. a. het Grand Théatre van Van Lier en den Salon des Variétés, door Boas en Judels in

Sluiten