Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Amstelstraat geopend (1844), waar vooral kluchten en zangspelen werden gegeven. Rotterdam kreeg eerst in 1860 weer een eigen tooneelgezelschap, onder directie van J. E. de Vries. De schouwburgen in Den Haag, Leiden en andere grootere of kleinere steden werden door bovengenoemde en andere gezelschappen bespeeld. Het tooneelgezelschap, waarvan Peters in 1847 bestuurder was, had — wij beroepen ons weer op Schimmel - weinige krachtige elementen. Mevr. Van Ollefenda Silva kon het verlies van Mevr. Naret- Koning >,de met het fijnst gevoel begaafde en harmoniesch ontwikkelde kunstenares" niet vergoeden. Echter was Peters zelf een geliefd en bewonderd tooneelspeler: hij vierde triomfen in de hoofdrol van De Neven -, schitterde als ongelukkig dichter in Holtei's Laurierboom en Bedelstaf (1850); niet het minst aan zijn vervulling der rol van Joan Woutersz. was het succes van Schimmel's stuk te danken. Veltman, begonnen als lid der vereeniging Achilles, ontroerde het publiek vooral als „verrader"; naïeve bezoekers van het schellinkje soms zóózeer dat zij hem een pak slaag beloofden, zoodra hij buiten kwam. Judels lokte het publiek, zij het ook niet de hooger ontwikkelden, naar den Salon des Variétés en werd populair door zijn boertige coupletten en voortreffelijke mimiek. Die Salon des Variétés werd bovendien een oefenperk voor menig ontluikend talent: de beide Bouwmeesters (Louis en Frits) en hun zuster, de latere Mevrouw Mann — Bouwmeester, die eerst in onzen tijd hun groote gaven zouden ontwikkelen; Henri Poolman, een acteur van voortreffelijken aanleg, die door de ongunst der omstandigheden evenmin tot volle kracht kwam als de begaafde Henri Morriën, die in den Tivoli-Schouwburg in de Nes speelde. Onder de tooneelspeelsters van beteekenis vond men in deze jaren Mevr. Albregt — Engelman; Mevr. Kleine -Gartman en Mevr. Christine Stoetz, beiden leerlingen van Mevr. Naret -Koning.

Sluiten