Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zedelijk opzicht tusschen de Waalsche en de Vlaamsche gewesten; op den samenhang van dat verschil met de geestelijke achterlijkheid van het Vlaamsche volk en de onderdrukking der volkstaal in de Vlaamsche gewesten. De Vlaamsche pers (Het Volksbelang 1867 en De Zweep 1869) begint zich krachtiger. te weren tegenover een machtige Fransch-schrijvende pers, die niet moede werd, het Fransch voortestellen als de eenige beschaafde taal, de Fransche literatuur en wetenschap als de alleenzaligmakende. Een lange, heftige strijd werd in de Kamers gevoerd over de taalwetten van 1873, '78 en '83; die wetten ten gunste van het Nederlandsch in de rechtspraak, als ambtstaai en voertuig van onderwijs werden ten slotte aangenomen, zij het ook door amendementen verzwakt of ontzenuwd. Nieuwe aanleiding tot strijd gaven die wetten, naarmate de Overheden de hand lichtten met de uitvoering ervan; doch de Vlamingen bleven volhouden en voortdringen, hoe ook belemmerd en tegengehouden.

De Vlaamsche dichters en proza-sch rij vers hebben daartoe het hunne gedaan, hetzij door hun moedertaal in hun werken tot eere te brengen; het gemoed, den geest en den smaak hunner lezers te ontwikkelen; de banden met Noord-Nederland te versterken; hetzij door rechtstreekschen invloed te oefenen op den gang der staatkundige of maatschappelijke ontwikkeling.

HET EERSTE GESLACHT (SLEECKX. AUG. SNIEDERS. JAN VAN RYSWYCK. CONSC1ENCE).

Antwerpen bleef een letterkundig centrum. Naast ouderen, die wij reeds min of meer leerden kennen, als Conscience, Van Kerckhoven, Vleeschhouwer, Sleeckx, zien wij er omstreeks 1850 — gezwegen van het tweede geslacht - iets

Sluiten