Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2) C rem kr heeft te onzent vele navolgers gehad; ik wijs hier o. a. op B. van Meurs' Kriekende Kriekske. Betuwsche Gedichten (1879) en P. Heering's Overjselsche Vertellingen (1883); zie voorts Ten Brink's Gesch. der Noordned. Letteren in de XIX" eeuw II, 393.

Romans in den trant van Lindo, Cremer en Keller (al is er natuurlijk wel eenig verschil tusschen deze drie) schreef P. F. Brunings (geb. 1820); van de door mij gelezene acht ik niet noodig huneer te noemen dan de titels: De Gouverneur (1864), De Gouvernante (1866), Wildriek (1870), Alice (1880), Bella. Novelle (2de druk 1882).

Een eigen plaats neemt W. A. van Rees (geb. 1820) in met zijn herinneringen uit de Indische krijgsgeschiedenis en het Indisch soldatenleven ; o. a.: Herinneringen uit de loopbaan van een Indisch Officier en Toontje Poland, nog altijd aardige boeken vooral voor jongens.

Voor mijn beschouwing van Bosboom-Toussaint in dezen tijd kon ik nog gebruik maken van hare Levens- en Karakterschets door Dr. Joh. Dyserinck ('s-Gravenhage. Martinus Nijhoff 1911).

3) Historische romans of novellen werden geschreven o. a. door W. P. Wolters (1827-'91; zie Levensberichten van de Maatsch. der Ned. Lett. 1891-'92); zoo b.v. Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden (1874); Anna de Ronde (1879). Beter in hun soort dan deze historische romans zijn Wolters' novellen Uit het Friesche zeemansleven (1875) en De Voorzoon (1877). Voorts J. M. E. Dercksen'S Een Poortersdochter uit de ijde eeuw (2de druk 1872) en Een Vondeling uit de t7de eeuw (1879).

Jan ten Brink schreef literair-historische novellen als: De eerste liefde van G. A. Brederoö (1874), Jan Starter en zijn wijf (1889^ De Bredero's (1892), Brechtje Spiegels (1898), in den trant waarin Alberdingk Thijm hem was voorgegaan. Bovendien een aantal romans uit het hedendaagsche leven, waarvan ik hier noem: OostIndische Dames en Heeren (1866), Het vuur dat niet wordt uitgebluscht (1868), Het Verloren Kind (1879). Ten Brink's overige talrijke geschriften, zijn leven en zijn gansche werkzaamheid zijn behandeld door F. Smit Kleine en Taco H. de Beer Geschied, der Noordned. Lett. in de XIX" eeuw III, 192-245.

•>) J. A. Alberdingk Thijm door A.J. (Loman en Funke 1893), de vroeger vermelde Brieven uitgeg. door Catharina Alberdingk Thijm (Amsterdam C. L. van Langenhuysen 1896); Klimop en Rozen

Sluiten