Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwingen van Kloos, Van Deyssel (Alberdingk Thijm Jr.), Verwey, Van Eeden, Van Nouhuys, Scharten en anderen.

Vlaanderen bleef niet achter. In den jonggestorven Rodenüach vond het een banierdrager, die anderen door zijn voorbeeld bezielde. Zijn vriend Pol de Mont en sommige hunner tijdgenooten als Cyriel Buysse en de letterkundige tweeling Teirunck-Styns gaven eigen werk van beteekenis en bereidden den weg voor jongeren als Styn Streuvels (Frank Lateur), Vermeylen, Teirlinck Jr., Van de Woestijne, De Bom.

Onbewust van hetgeen hen scheidde, hadden de jongeren zich vereenigd tegenover de ouderen; zoodra zij zich eenigermate een weg gebaand en een eigen stelling veroverd hadden, begon de verdeeldheid zich te openbaren. Die verdeeldheid, voortkomend uit een verschil van individualistische en altruïtische neigingen, gepaard met verschil van inzicht omtrent het wezen en de roeping der kunst (naturalisme of idealisme), in allerlei mengeling en nuanceering, en waartoe persoonlijke elementen het hunne bijdroegen, leidde tot afscheiding en deze tot de stichting van nieuwe tijdschriften: Twcemaandelijksch Tijdschrift (De XXe Eeuw), De Beweging, Groot Nederland, of tot een wedergeboorte van bestaande zooals in Elseviers Maandschrift. Tegenover deze organen der vooruitstrevenden stelden jongeren onder de partijen des behouds langzamerhand andere: de Kalvinisten Ons Tijdschrift, De R.Katholieken Van Onzen Tijd-, de Christelijk-Historischen Onze Eeuw, dat meer in 't bijzonder geplaatst werd tegenover De Gids wiens onvoorwaardelijke sympathie met de nieuwe kunst zij afkeurden.

De opbloei onzer letterkunde in de dertig jaren, die nu achter

ons liggen, doet denken aan dien van het tweede en derde kwart

der 19de, aan dien der 17de eeuw. Of het werk der „generatie

van '80" en der auteurs die met haar samenhangen, gelijkgesteld

48*

Sluiten