Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Vraagstukken.

1. 'Wanneer van een rekenkundige reeks van i7 termen de 9° term = '12 is, zou vraagt men naar de som van die 17 termen. (Denk aan de formule voor M).

2. Men vraagt ƒ 135 zoodanig onder personen te verdoelen, dat de tweede ƒ 5 meer krijgt dan de eerste, de derde weer ƒ 5 meer dan de tweede, enz.

3. De som van den 4en en 12en term van een rekenkundige reeks is 70; die van den 20cn en 32en term is 214. Welke is die reeks?

4. Van de reeks 15, 33, 51, enz. wordt elke term zoodanig in drie deelen verdeeld, dat al die deelen samen een nieuwe rekenkundige reeks vormen. Welke is die reeks?

5. Van welke rk. reeks is de som der eerste 8 termen = 29, terwijl die van de eerste 20 termen = 65 is?

6. En van welke is de som der eerste termen = 123, die der laatste <J termen = 711, terwijl de som van alle termen — 1390 is? (Denk aan n -f- /).

7. Er is een rk. reeks van n -f 5 termen. Daarvan is de som der eerste n termen — 200, die der 3 volgende = 138, die der laatste 2 termen = 112. Welke is die reeks? (Laat eerst de eerste n termen weg).

8. Druk bij een rk. reeks S in Muit, wanneer n oneven is.

9. Hoe groot is de som van alle getallen < 1000, welke hij deeling door 7 tot rest 5 geven?

10. En van alle getallen <C 2000. welke tegelijk 5 voud -f- 2 en 8 voud — 3 zijn ?

11. Men vraagt hetzelfde voor alle getallen <[500, die wel door 8, maar niet door (5 deelbaar zijn.

12. Hoe groot is de som van alle getallen > 1000 < 2000, welke noch door 5, noch door 7 deelbaar zijn?

13. Kan bij een rekenkundige reeks de verhouding van de som van n termen en die der daaropvolgende n termen onafhankelijk zijn van /*?

Sluiten