Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is van % 20 = 1,30103 de wijzer =1 en de mantisse 30103.

In de tafels geeft men alleen de mantisse op ; de wijzer voegt men zelf op het oog daarbij. Hiervoor gelden dan de

volgende regels.

a. Voor een term der schaal, waar de log. geheel is, bevat de log. zooveel (positieve of negatieve) eenheden als er nullen

in den bedoelden term voorkomen.

Zoo is bv. log 1000 = 3, log 100000 = 5, log 0,01 = — 2.

b. Voor getallen >1, waar de log. positief zijn, bevat de wijzer een eenheid minder dan het aantal cijteis, waainit c

qeheelen van het getal bestaan.

Zoo is bv. de wijzer van log 317,4 = 2, als liggende tusschen log 100=2 en %1000 = 3; en die van log 7,52=0, als liggende tusschen log 1=0 en log 10 = 1. c Bij getallen <1, waar de log. negatief zijn, neemt men de mantisse altijd positief, alleen de wijzer wordt negatief gerekend. Heeft mei. bv. log 0,057, dan denkt men zich dit

als log ~ = log 5,7 - log 100 = log 5,7 (— 2) = 0,75587 (-2).

Het positieve gedeelte heeft dus altijd den wijzer 0, terwijl de negatieve wijzer tnsschen haakjes achter de mantisse wordt gezet. Men is echter gewoon inplaats van 0,75587 ( 2) te schrijven 8,75587 (— 10), zoodat de negatieve wijzer altijd _ J() wordt, terwijl de positieve wijzer veranderlijk is.

Oin nu die negatieve wijzer uit het hoofd te bepalen, telt men het aantal nullen, dat liet eerste cijfer van waarde

voorafgaat. r

Bij log 0,057 bv. gaan er twee nullen voorat aan de o,

derhalve zal de negatieve wijzer = — 2 ol 8 (—10) zijn.

Waarin ligt nu het groote voordeel van het gebruik van het grondtal 10? Immers hierin, dat nu bv. log 23,7, log 237, l0<) 23700, log 2,37, % 0,237, log 0,00237, enz. alle slechts m dèn wijzer zullen verschillen, terwijl de mantisse onveranderd blijft. Want bv. log 0,00237 = log (237 :10') = log 237 - o, en log 23700 = log (237 X 10*) = log 237 + 2 ; enz. enz.

Sluiten