Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Teneinde zich nu beter in de log sin.tafel te kunnen orienteeren, noteeren wij de volgende grenswaarden.

sin 0° = 0 log = — QO tg 0° = 0 log = — oo

sin45° = YjV2 log — 9,84949(—10) <;/45°=l % = 10(—10)

sin 90° = 1 log = 10 (— 10) tg 90° = oo log — -j-oo

Voor eos. en eot. geldt liet omgekeerde (cos 0° = sin 90°, enz.)

Een paar Voorbeelden moge liet gebruik der tafel toelichten.

Zij gevraagd log sin 24° 13' 25". In de tafel vindt men:

log sin 24° 13' = 9,61298 (— 10).

Het verschil met de volgende log. is 28 (eenheden deilaatste decimaal). Hiervan neme men dus 25/eo — %2> hetgeen 35/3 = ll3/3 geeft, waarvoor men 12 neemt. De gezochte log. is dus = 9,61310 (— 10).

In de tweede plaats zij gevraagd log cot 58° 47' 44". Men vindt in de tafel (van beneden naar boven zoeken, de hoeken staan nu rechts):

log cot 58° 47' = 9,78249 (— 10).

liet verschil met de volgende log. (naar boven) is 29. Hiervan moet nu genomen worden 4*/«o — n/i5» gevende 319/i5 = 21. Dit verschil nu van de reeds gezochte log. aftrekkende, vindt men 9,78228 (— 10).

Wij kunnen nu ook goniometrische vergelijkingen oplossen als bv. (zie § 8)

sin x = Vs.

Hieruit volgt: log sin x = - log 3 = — 0,47712 = 9,52288 (— 10), hetgeen men door middel van de gewone log.tafel vindt.

Alsnu hebben wij x te bepalen uit

log sin x — 9,52288 (— 10).

In de log sin. tafel vindt men bij 9,52278 (—10) ,c=19°28'. Het verschil met de volgende log. is 36, terwijl het verschil met de gegeven log. = 10 is. Wij hebben derhalve nog toe te voegen 10/36 X 60" — 5o/3" = 17", zoodat wij vinden:

7

Sluiten