Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Epitome's wist hij van diens arbeid een dankbaar gebruik te maken. Wat bij de verschijning der Homilieën in 1853 nog niet mogelijk was o-ebleken, kon in 1859 gelukken, nadat Wieseler een paar jaren te voren in een academisch program „Exercitationum criticarum in Clementis Romani quae feruntur Homilias primam partem in ie licht gegeven had. Hij drong op aanvulling van deze critische studiën aan en zag zijn poging met zooveel succes bekroond dat hl] zijn uitgaven der Epitome's met „Friderici Wieseleri adnotationes cnticae ad Clementis Romani quae feruntur Homilias ab Alberto Dressel MDCCCLIII editas" verrijken kon. Ruim tachtig compres gedrukte bladzijden met verbeteringen en gissingen en de daarbij behoorende „addenda et corrigenda" en „index Graecus" en >.index I'atlnlIS prijken dientengevolge achter het bedoelde werk. i) De bruikbaarheid van Dressel's Homilieën-uitgave werd daardoor niet weinig verhoogd. Sedert is in die richting verder gearbeid. Ten onzent door den doctorandus M. H. van Nes, achter wiens academisch proefschrift over Het Nieuwe Testament in de Clementinen" men desgelijks een tiental' bladzijden met tekstverbeteringen en conjecturen vindt. -) In Engeland bezorgde „the Lightfoot Fund" een „Index of noteworthy words and phrases found in the Clementine writings commonly called the Homilies of Clement" van zekeren zich noemenden W. C.,0 door Uhlhorn in Herzog's Realencyklopadie IV S. 171 nader aangeduid als Chawner. Maar vooral de Lagarde, wiens tekst reeds van Nes bij zijn verbeteringen ten grondslag legde, maakte zich door een geheel nieuwe uitgave der Clementijnen verdienstelijk.

Bedoelde „Clementina" verscheen in 1865. Zij vormde een onderdeel van een veel omvangrijker geheel, dat beraamd maar niet ten uitvoer gebracht werd, een fundament slechts, waar het plan beston een huis te bouwen. Een volledige uitgaaf van geheel de pseudoclementijnsche litteratuur was bedoeld en daarenboven een commentaar op de Homilieën.4) Er is alle reden om de verijdeling van laatstgenoemd plan te betreuren en voor de verschijning althans van deze Clementina — naast eenige andere uitgaven op dit gebied dankbaar te zijn. De Lagarde zelf intusschen was over zijn eigen werk maar zeer matig tevreden. Hij noemde het veeleer „hinausdan „herausgegeben." De Homilieën zijner bewerking schenen hem wel etwas gesauberter und handlicher als sie bisher umliefen , maar" toch nog altijd „übel zugerichtet." Hij maakte een begin met het begin. Om een „urkundlich sichern Text" was het hem te doen. Van zijn voorgangers nam hij enkele verbeteringen over en nieuwe voegde hij er aan toe. Maar tot het voor de hand liggende bepaalde

1) Clementinorum epitomao duae, 18j>9, j>. -->0 ss. ) 1SK» , 3) London 1893. 4) S. 11.

Sluiten