Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich. Eensdeels ongeneigd „Mangel zu verhüllen", anderdeels rekening houdende met de geringe litterarische ontwikkeling van den oorspronkelijken auteur trachtte hij, niet een ,,Schiilerarbeit in een „Meisterwerk" te veranderen, noch waagde hij zich in vele gevallen aan het uitdenken van wat op de beschadigde plaatsen mocht hebben gestaan. Van daar dat het aan menigte van stippels in plaats van letters of woorden, vooral in het laatste gedeelte, bij hem niet ontbreekt. Slechts heeft hij met vrijmoedigheid den tekst doorloopend geïnterpungeerd en daardoor tal van plaatsen verstaanbaar gemaakt en tegen „unbesonnene Aenderungsversuche" eens voor goed beveiligd. Ook legt hij er bijzonderen nadruk op, dat hij citaten uit den Bijbel en toespelingen op bijbelwoorden nauwkeurig heeft aangewezen, in een lange lijst, die bewijzen moest, dat zij in veel grooteren getale aanwezig zijn, dan men vroeger had gedacht.

Mocht deze zorgvuldige uitgave door een boven velen deskundige een groote aanwinst heeten, zij belette niet, dat de geleerde wereld voortging te spreken van een ,,neue kritische Ausgabe als een desideratum, tot welks bezorging nog slechts „ein bescheidener Anfang geinacht" mocht heeten. Het was Harnack, die in deze bewoordingen zijn wenschen kenbaar maakte. In zijn Geschichte der alt-ehristlichen Litteraturi) wees hij op het bestaan dezer behoefte en stelde hij daarbij de volgende eischen:

1. ,,Muss das Verhaltniss der verschiedenen Recensionen unter dem Texte fortlaufend genau angegeben werden.

2. Sind die Quellen sorgfaltig zu verzeichnen, a) alle Citate aus der Schrift und alle Berührungen, auch die leisesten Anklange, damit sofort erkennbar wird, in welchem Umfange namentlich das X. T. bekannt ist; da der Verfasser unter einer Maske schreibt und als gewitzter Mann sich nicht ohne (ieschick bemüht, in seiner Rolle zu bleiben, ist hier besondere Vorsicht und besondere Umsicht nöthig; b) die Berührungen met der altkirchlichen Litteratur (Apologeten, gnostischen Schriften, Marcion's Antithesen, Apelles' Syllogismen , Bardesanes' Dialog de fato, dem Hirten des Hermas, Calixt's Bussedict etc., vielleicht Philo); c) ausreichende Indices."

Wij zullen hebben af te wachten, in hoever en binnen welken tijd de aldus geformuleerde wensch in vervulling gaat.

Een veel zwaardere taak zal Richardson te verrichten hebben, indien deze, gelijk Harnack ons meedeelt,-) een nieuwe aan de eischen des tijds beantwoordende uitgave bezorgen wil van het tweede hoofdwerk, dat hier in aanmerking komt: de pseudoclementijnsche Recoynitiones. Wel heeft hij hierbij te doen met een latijnschen tekst,

I) I S, 213, 2) Altilir. bilt, I S, 'J-Jil,

Sluiten