Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brief run Clement< aan .Jacobus als episcopus episcoporum, inhoudende het verhaal van Clemens' aanstelling tot Petras' plaatsvervanger en opdracht aan Jacobus van een uittreksel uit Petrus' reispredikingen na het bericht van des apostels dood. Na bedoeld bericht (1) schildert de schrijver, hoe Petrus hem de bisschopswaardigheid opdroeg (2) en zijn bezwaren daartegen weerlegde (3, 4) en vervolgens de ambtsbezigheden van bisschop (5, 6), presbyters (7—11), diakenen (12), catecheten (13), en de verplichtingen der leeken te hunnen opzichte, als allen te gader de bemanning vormende van het schip der kerk (14, 15), omschreef en na nog een slotwoord tot Clemens (16) en vermaningen aan diens onderdanen (17, 18) hem ten troon verhiel', met het verzoek verder om aan Jacobus verslag te doen van Petrus' prediking en marteldood (19). Hij eindigt met overeenkomstig die opdracht het door hem te boek gestelde aan den Jeruzalemschen kerkvorst aan te bieden (20).

Dit drietal documenten gaat aan de twintig Homilieën vooraf. Met uitzondering van c. 11—15 komt het derde ook voor achter de tweede Epitome, c. 146—159, terwijl de eerste Epitome in de ca. 145—147 althans uit de hoofdstukken 2, 3, 8, 10, 17 en 19 bestanddeelen bevat. Rufinus' vertaling van de Recognitiones naar de editie van Gersdorf behelst niets van dien aard, maar andere uitgevers legden ons toch minstens de ,,epistola" van Clemens aan Jacobus voor, die bij Rufinus in zijn voorrede „olim a me interpretata et edita" wordt genoemd.

De beide hoofdwerken beginnen dan gelijkelijk :

Hom. I Rec.

Clemens te Rome is met problemen bezwaard en zoekt vruchteloos licht bij de elkaar weersprekende philosophen. Egyptische doodenbezweerders te raadplegen wordt hem ontraden. Eindelijk dringt een gerucht uit Palaestina tot hem door. Een prediker te Rome maant hem aan , zich te bekeeren tot het Christendom (Hom. 11—7a; Rec. 11—7a). Dit noopt hem tot een reis naar het Oosten, waar- Die man is door hij te AlexandriË in aanraking komt met Bar- Barnabas nabas (Hom. I 7b—9"), (Rec. I 7il),

die zich wijzer betoont dan de wijsgeeren (Hom. I 9'», 10; Rec. I 7b, 8) en Clemens zoo sympathiek is, dat deze het tegen de geleerden met warmte voor hem opneemt (Hom. I llil (llb, 12a) 12b; Rec. I 9), zich door hem laat onderrichten en na zijn vertrek hem weldra volgt naar Caesarea stratonis (Hom. I 13 15"; Rec. I 10—12"). Daar heeft door bemiddeling van Barnabas kennismaking plaats tusschen Clemens en Petrus, die op het punt staat zijn woordenstrijd met Simon Magus te beginnen (Hom. I 15b—17; Rec. I 12b—14). Reeds geeft de apostel een voorloopige rede over den Profeet der waar-

Sluiten