Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer naar Rome, waar zij onder tijds. Do aanzienlijke Theophifeestviering in eer en aanzien wordt lus ruimt zijn basiliek voor hersteld. Slechts Clemens blijft Pe- hem in. Doop van Phaustus, trus vergezellen om eerst later den velerlei genezingen en gemeenapostel naar de hoofdstad te volgen. te-regeling volgen (68b—72).

Een Martyrium besluit in de Epitome's het geheel. Clemens regeert als de derde bisschop der gemeente te Rome, bij Grieken, Joden en Christenen gelijkelijk bemind (II 160—164). Theodora, de vrouw van Nerva's vriend Sisinnius, sluit zich bij hem aan. Als haar ongeloovige man haar volgt in de kerk, wordt hij gestraft met blindheid, die door apostolische wondermacht wordt genezen (165—174). Door Publius Torcutianus wordt dan een beweging tegen de christenen in het leven geroepen en als de praefeet Mamertinus Trajanus deswege raadpleegt, wordt Clemens naar Pontus verbannen (175—179). Als hij ook daar door de mede-christenen in de steengroeven gehuldigd wordt en te hunnen behoeve een bron doet ontspringen, wordt hij op last van Trajanus in de zee geworpen. Jaarlijks wijkt sinds de zee om zijn vereerders in de gelegenheid te stellen tot een bezoek aan zijn lijk (180—185). Ja, als eens een knaap bij ongeluk achterblijft bij de reliek, wordt deze een volgend jaar ongedeerd door zijn ouders terug gevonden (Epit. I 174—179).

DERDE HOOFDSTUK.

DE GESCHIEDENIS VAN HET ONTSTAAN.

De eigenaardige, aan de Synoptische evangeliën herinnerende verhouding, waarin de deels gelijkluidende, deels onderling verschillende bestanddeelen der beide hoofdwerken, Homilieën en Recognitiones, tot elkander staan, legt ons een duister probleem voor, dat te ingewikkelder wordt door het tweetal er mee parallel loopende Epitome's. Het heeft bij herhaling wetenschappelijke vernuften geprikkeld en zou dit zeker meer malen gedaan hebben, indien 'de massa stof niet zoo overweldigend was. Aan Adolph Schliemann komt de eer toe, de quaestie eerst recht aan de orde gesteld te hebben.1) Hilgenfeld, -) Uhlhorn-">) en LehmaniH) volgden. Lipsius kwam er mee in aanraking, toen hij „Die Quellen der römischen Petrussage" opspoorde.5) Betrekkelijk kort geleden gaf nog Joseph Langen „Die Klemensromane".,;) Voorts vonden allerlei auteurs over het Christendom der

1) Die Clementinen, 1844. 2) Die Clein. Reeognitionen untl Homilien, 1S-IK.

3) Die Homilien und Reeognitionen des Clemens Romanus, 1N51. ') Die (leiiien-

tinixehen Schriften, INO'.I. 6) |XÏ2. <•) ISilll.

Sluiten